Fotogalerij van Christiane De Coster - zomer 2009 Individuele foto's Diashow Alle fotogalerijen
....
 

IJSLAND & DE FAERØER

24-daagse rondreis met eigen wagen (2WD)

(organisatie Askja natuurrijk reizen Nederland)

Van 26.06 t.e.m. 19.07.2009

-:-

IJsland, land van uitdagingen, van avontuur, van het verleggen van je grenzen…

-:-

Dag 1

Vrijdag 26.06.2009 - Vertrek van Huizingen tot Flensburg (Noord Duitsland) – 762 km

We zijn eindelijk vertrokken! Het is 7u45' – het weer is goed, het is al warm. We zetten koers naar Flensburg gelegen op 9 km van de Deense grens, we hebben zo'n 770 km voor de boeg.

Ongeveer een uur later zijn we (nog maar) ter hoogte van de afslag Antwerpen op de E19, dus net voorbij Vilvoorde. Hopelijk kunnen we nu wat vlotter rijden – 't is 8u35.

We rijden over Venlo in Nederland naar Duitsland. Net over de Duitse grens stoppen we even om een koffie met een koffiekoek te nuttigen. We hebben inmiddels 200 km afgelegd. Rond Bremen stoppen we nogmaals om te eten.

Er zijn vele wegenwerken gaande op de Duitse autosnelweg naar het noorden, wat ons ook regelmatig een “stau” oplevert. We zijn ter hoogte van Hamburg om 15u50 en komen aan in Flensburg om 17u15'. Dankzij onze GPS vinden we ons hotel onmiddellijk. We worden zeer vriendelijk onthaald en krijgen onze kamer aangewezen. Deze is zeer ruim evenals de badkamer. Er zijn parkingplaatsen voorzien voor de hotelgasten niettegenstaande Dittmers Gasthof hotel in de onmiddellijke omgeving van het centrum ligt. Er is echter geen restaurant. We douchen en maken ons klaar om de stad in te gaan, wat rond te toeren en een restaurant te zoeken voor het diner. Alles loopt gesmeerd, Flensburg is een aangename stad, helaas is het ondertussen 18u en sluiten de winkels. De St. Niklaaskerk sluit om 18u en wij komen eraan rond 18u20… pech gehad. We vinden een restaurant waar we zeer goed hebben gegeten. Je kan hier wel merken dat je nabij de Deense grens vertoeft. De tarieven worden er zowel in euro's als in Deense kronen vermeld. Na het eten slenteren we nog wat rond en keren voldaan terug naar het hotel. Morgen rijden we door naar Hanstholm in het Noorden van Denemarken.

Dag 2

Zaterdag 27.06.2009 – Flensburg – Hanstholm & inscheping op de Norrona – 358 km

Na een verkwikkende nacht en een lekker uitgebreid ontbijt vertrekken we om 8u richting Denemarken, waar we stoppen om te tanken. Eigenaardig, de brandstof (diesel) is hier goedkoper dan in Duitsland. Net voor Hanstholm zullen we nogmaals tanken, alle goeie raadgevingen in gedachte, zo kunnen we een tijdje verder op de Faerøer mochten we niet direct een tankstation vinden ginder (wat later geen probleem blijkt te zijn). Het is schitterend weer, enkel een beetje wind maar zeker en vast super voor Scandinavië en beter dan gisteren, want dan was het wel heel warm om zolang in de wagen te zitten. Om 13u komen we aan in Hanstholm aan de haven en zien we de Norrona reeds binnenvaren. Niettegenstaande we zo vroeg zijn staan we reeds de 4e in de rij om in te schepen. Passagiers met wagen moeten minstens 3u voor de afvaart inchecken – de ferry vertrekt om 18u. De Norrona is een mooi groot schip.

Het rijtje wachtenden wordt langer en plots zien we een mobilhome met Belgische nummerplaat aankomen. Er zijn dus nog Belgen die het aandurven. We weten echter nog niet of zij tot IJsland meevaren of enkel tot de Faerøer. Later zou blijken dat zij inderdaad ook naar IJsland gaan en tevens dezelfde tijd terugkeren als wij.

De ontscheping duurt vrij lang, we staan er versteld van dat er zoveel mensen met wagen en ferry naar de Faerøer en IJsland reizen. Er ontschepen ook veel wagens met een “FO” nummerplaat. Straks is de Faerøer onbewoond als wij er aankomen… Nu ja, wij gaan naar ginder en zij komen naar hier. Tenslotte is Denemarken een beetje hun vaderland. Verder zijn er ook veel Duitsers, Nederlanders, Noren, Finnen, Denen en zelfs IJslanders, die komen dus ook per wagen naar het continent, en wij die dachten dat wij alleen zo gek waren om per ferry zover te reizen. De man aan de check in zei me dat we waarschijnlijk rond 15u zouden mogen inschepen. We staan dus ongeduldig te wachten om onze grote lange reis aan te vangen.

We mogen inderdaad rond die tijd inschepen, enkel de chauffeur mag met de wagen de boot op, de andere passagiers moeten langs de terminal en over de gangway naar het schip. We hebben inmiddels kennis gemaakt met de Belgen met mobilhome; het zijn vriendelijke Limburgers met hun 15-jarige zoon, Lucien, Carine & Janiels. Hiermee zouden we nog regelmatig een praatje doen of iets gaan drinken. Zij doen de toer op IJsland tegen de klok in, terwijl wij met de klok mee toeren.

Op het schip wordt ons gevraagd om nog niet naar de kajuiten te gaan daar ze nog niet alle gekuist zijn. Ik zet me met Carine en Janiels in de cafetaria waar Wim ons na een tijdje komt vinden. Inmiddels mogen we in de kajuiten. Wij logeren op dek 5, het dek waar ook de receptie en de tax free shop is, ons verblijf valt echt mee, het is een ruime buitenkajuit met tv, koelkast en badkamer, alles erop en eraan. We pakken het nodige uit en vertrekken om de ferry te verkennen en natuurlijk gaan we naar het bovendek. Het is nog steeds prachtig weer.

We vertrekken stipt om 18u en onze Captain heet ons welkom aan boord van de Norrona. Hij meldt dat de zee zeer rustig is en dat we morgenavond om 23u moeten aankomen in Torshavn op de Faerøer. Tegenover de receptie zien we drie identieke klokken hangen die elk 1 uur verschillen: Faroe time = ship time en 1 uur vroeger dan bij ons – deze klok hangt in het midden; links hangt deze met de Iceland time: 2 uur vroeger dan hier en rechts hangt de klok met de Danish time (zoals bij ons). Alles wordt ons verteld in plaatselijke tijd behalve op het schip is alles in ship time dus Faroe time. Dat is even aanpassen en onze uurwerken afstemmen op elkaar… Op dit dek vinden we ook het “koersbord”, waarop we duidelijk kunnen volgen waar we varen. Hier zullen we regelmatig een kijkje komen nemen. De vaste zwarte lijn geeft de te volgen koers aan, de rode stippellijn de koers die wij varen; door de stroming, wind, enz wijkt dit wel af van de werkelijke koers die we zouden moeten varen.

We gaan ons verfrissen en kleden voor het avondeten. Zoals gewoonlijk op de ferry's in het noorden gaan we naar het buffet. Het is overheerlijk, een zeer ruime keuze aan warme en koude gerechten, kazen, desserten, wat je maar kunt denken. De wijnkaart staat op de tafels voor de liefhebbers. We krijgen een plaats aan het raam en genieten van ons diner met een fles wijn. De zee is zeer kalm, je ziet praktisch geen golven. Na het avondeten lopen we nog wat rond op het schip en gaan tenslotte naar het bovendek waar we onze nieuwe kennissen tegenkomen en een babbeltje slaan. Uiteindelijk besluiten we om samen iets te drinken en installeren ons gezellig aan een van de tafeltjes. Het is nog steeds warm, we genieten … Plots ziet Wim een super mooie zonsondergang. Daar moeten we foto's van nemen. Janiels en ikzelf lopen snel naar de reling en maken een aantal foto's – ze zijn heel mooi! Dat was aardig meegenomen. Op de Faerøer en IJsland zullen we de kans misschien niet krijgen, gezien het klaar blijft. Uiteindelijk besluiten we om maar te gaan slapen. Morgen komt er nog een dag.

Dag 3

Zondag 28 juni 2009 – ganse dag op zee naar de Faerøer – aankomst in Torshavn voorzien om 23u plaatselijke tijd (dus 24u in België) – 14 km

De “Faerøers”, vertaald de Schapeneilanden, zijn een eilandengroep gelegen in de Noord Atlantische Oceaan (62”00' N) ongeveer in het midden tussen Schotland, Noorwegen en IJsland en telt 18 eilanden met een gezamenlijke oppervlakte van zo'n 1.396 km².

Zeventien eilanden van deze archipel worden bewoond.

Streymoy, Eysturoy, Vagar, Mykines, Suduroy, Stora Dimun, Skuvoy, Sandoy, Hestur, Koltur, Nolstoy, Bordoy, Kalsoy, Kunoy, Vidoy, Svinoy, Fugloy en Litla Dimun.

Het achttiende, Litla Dimun, is onbewoond.

De archipel is een autonoom gebied binnen Denemarken. Het Faerøers is afgeleid van het oude Noors. De munteenheid is de Faerøer kroon en de Deense kroon (beide hebben dezelfde waarde op de eilanden maar de eerste wordt enkel op de Eilandengroep aanvaard. Het klimaat is zacht door de invloed van de Golfstroom met gemiddelde temperaturen gaande van 3°C tot 11°C naargelang het seizoen.

Rond 625 zouden Ierse monniken zich hier als eersten hebben gevestigd. Omstreeks 825 werden deze echter door de Noorse Vikingen verdreven. Rond 900 hadden ze hier hun eigen parlement gevormd dat dan ook tot de oudste ter wereld behoort. Het “Parlement of Tingio”, lag op Tinganes waar het Faerøerse parlement nog zetelt.

De hoofdstad, Tórshavn is de kleinste hoofdstad van de wereld en ligt op het eiland Streymoy, het grootste van de groep.

We hebben een geweldige overtocht, je voelt niet dat je op een boot zit. Zelfs de zon is van de partij, er staat wel een frisse wind. Rond 22u30 komen we aan op Torshavn. Het reglement van Smyril line indachtig betreffende het inschepen van passagiers via de terminal, ga ik te voet van boord. Na over de gangway en door een lange gang te zijn gestapt kom ik voorbij een douanier die aan de kant staat met een mooie zwarte hond, die mij gewoon laat voorbij lopen. Dat zal wel een drugshond geweest zijn. Goed zo controles zijn nodig! Na een hele tijd te hebben gewacht aan de uitgang van de terminal komt Wim aangereden. Ha, langs waar moeten we nu…? Een beetje rondkijken en ja, daar staat een hele file, we zullen die maar volgen zeker. Aan het loket vraagt een jonge bediende ons naar onze incheckpapieren… incheck??? “ha, neen die hebben wij niet, wij zoeken hotel Stream” waarop de bediende hartelijk begint te lachten. Wij staan in de rij voor de check in naar… Hanstholm. Na ons te hebben uitgelegd dat we de verkeerde kant hebben genomen en we moeten terugdraaien, keren we terug en komen uiteindelijk aan een slagboom waarnaast een klein loketje staat. Die bediende bekijkt ons ook al zo raar, dus ik stap uit en vertel hem dat wij ons hotel zoeken. “Ha, neen, jullie zijn hier verkeerd, kom binnen langs de andere kant en ik zal het je uitleggen. Mochten jullie het nog niet vinden, kom terug naar hier”. Ok dank je. Ja, zo dom zijn we nochtans niet... aan de hand van het plannetje hebben we het wel gevonden. Uiteindelijk komen we aan in het hotel niet ver van de haven rond 23u45. Daar zit een vriendelijke heer ons op te wachten, overhandigt ons de sleutels en vertrekt zelf naar huis vermoeden we. Er is geen restaurant bij het hotel. De kamer valt mee, helaas de badkamer is heel klein. Maar we zijn tevreden we zijn er geraakt. Snel nog wat uitpakken en in bed.

Dag 4

Maandag 29 juni 2009 – op de Faerøer – 190 km

Aan het ontbijt ontmoeten we drie Belgen, Antwerpenaren, die ook op weg zijn naar IJsland. De wereld is klein, we zien ze later terug in ons hotel in Narfastadir (Noord IJsland).

In Torshavn, niettegenstaande een kleine stad, is het vrij moeilijk om je weg te vinden. We draaien wat in cirkels en komen telkens weer uit aan de haven. Uiteindelijk na enkele malen vragen geraken we op de ringweg en op de juiste baan naar Vestmanna. Het landschap is heel mooi, bergen, dalen,… zoals we ze graag zien. Het laat wat denken aan de Lofoten (eilandengroep ten noordwesten van Noorwegen). Vanuit Vestmanna kunnen we een boottochtje maken naar de vogelrotsen waar we de zo gezochte papegaaiduiker zouden kunnen zien. Helaas het is 5 voor 12, dus moeten we wachten tot 14u voor de volgende afvaart. We kopen toch al maar onze tickets en, om de wachttijd wat in te korten, proberen we naar Vagar te rijden, nadat we iets hebben gegeten. Helaas hebben we weinig tijd te verliezen en de onderzeese tunnel is vrij duur – 135 DK. Dat laten we dan maar vallen. We keren terug naar Vestmanna en wandelen daar wat rond.

Om 14 uur vertrekken we met een snelle motorboot. Er zijn vrij veel belangstellenden, ik denk dat de boot ver vol zit. Gezien we tussen hoge, steile rotsen zullen varen die soms een heel nauwe doorgang bieden, overhandigt de gids ons een gele helm, die we allen opzetten. We krijgen duidelijke uitleg in het Engels over de verschillende soorten zeevogels die we hier aantreffen, oa. papegaaiduikers, stormvogels, jan-van-gents…. Op vele broedplaatsen hoog op de rotsen, huizen nog vogels met hun kleintjes. We zien heel veel mooie exemplaren, helaas vaak in de vlucht, dus moeilijk te fotograferen, zelfs de door ons zo gezochte papegaaiduikers vliegen over onze hoofden heen. De prachtige trip duurt ongeveer 2u, dan varen we met volle snelheid terug naar de haven van Vestmanna, want er wacht nog een groep belangstellenden. Niettegenstaande het echt warm is, voelt het nu koud aan op de boot gezien de snelheid waarmee hij terugvaart.

Wij richten ons naar het noorden van Streymoy en houden even halte aan het zwarte kerkje met wit torentje en grasdak in Hvalvik. Helaas is het gesloten. We rijden verder naar Saksun, een pittoresk plaatsje in het noordwesten van het schiereiland, dat een bezoek zeker waard is. Saksun ligt aan de voet van een fjord, omgeven door vrij hoge bergen en heeft ook een klein kerkje. Dergelijke kleine gebouwtjes zullen we gans de reis door vaak zien. Dorpjes met enkele huizen hebben blijkbaar hun eigen kerkje. We lopen hier wat rond. Het kerkje is eveneens gesloten. Gezien het begint later te worden en we de hele weg moeten terugrijden, besluiten we om (momenteel) Tjornuvik opzij te laten, eventueel kunnen we dit morgen bezoeken na onze toer op Eysturoy.

We keren terug naar Torshavn via Hvalvik en Kollafjordur en houden verder weg 54 langs de kust aan om in Hoyvik even naar de Hoyvikar Kirkja te lopen, ze is echter ook gesloten. Deze kerk, merkelijk groter dan de vorige, is van ver zichtbaar door haar hoge ligging en heeft een moderne bouwstijl. We keren dan maar terug naar ons hotel om ons op te frissen voor het avondmaal. Vooraleer in Torshavn een restaurant te zoeken kuieren we nog wat rond in het stadje en lopen naar de vuurtoren waar we een mooi zicht krijgen over de haven. We vinden verschillende restaurants waaruit we een (niet gemakkelijke) keuze maken en het blijkt achteraf een goede keuze te zijn geweest. We besluiten om morgen de andere in de buurt te proberen.

Dag 5

Dinsdag 30 juni 2009 – op de Faerøer – 303 km

Het is zonnig, hier en daar zien we een mooi wolkje, er is een beetje wind, maar het is warm.

Vandaag rijden we naar Eysturoy, het tweede grootste eiland van de groep, verbonden met Streymoy door de Noord Atlantische Oceaanbrug. We rijden opnieuw over weg 10 richting Kollafjordur tot we aan een file komen en iedereen begint terug te draaien… Wat nu? Er komt een vriendelijke man naar ons toe die ons uitlegt dat de weg gesloten is voor een 3-tal dagen voor wegenwerken, dat we moeten terugdraaien en over de oude weg, door de bergen naar Kollafjordur rijden. Hij toont ons op ons zeer klein plannetje, zoals hij zelf zegt, hoe we er kunnen geraken. Zodoende rijden we over de bergweg, een zeer goede tweerichtingsbaan overigens met prachtige zichten en wat meer verkeer dan gisteren, tot net voor Hvalvik waar we via de brug de oceaan oversteken. Onmiddellijk begint de weg te klimmen, zodat we prachtige zichten krijgen op het lager gelegen Streymoy. We rijden noordwaarts naar Eldi. Een dorpje met zicht op de Sundini, een zee-arm in het noordwesten van het eiland Eysturoy. We maken een korte wandeling en bezoeken het mooie wit geschilderde kerkje met zwart dak. Het interieur is heel mooi, opvallend zijn de luchters en zeilboten die er aan het plafond hangen (ook dit zien we vaker terug).

Hier, ter hoogte van Eldi, aan de noordkust, bevinden zich in zee twee fraaie basaltzuilen: Faroese Risin and Kellingin (the giant and the witch). De giant (de reus) is de 71m hoge zuil verder van de kust en de witch (Kellingin) (de heks) 68m hoog, nabij het land, met 2 “gespreide benen”. Deze zijn goed zichtbaar vanaf de weg naar Tjornuvik op Streymoy aan de overzijde, zoals we later op de dag zullen zien.

We zetten onze weg verder richting Gjogv, waar de hoogste berg van de Faerøer ligt, de Slættaratindur, 882m hoog. We rijden langs hoge bergen, prachtige valleien en zien dorpjes beneden aan de fjorden liggen. Hier en daar moeten we voorrang verlenen aan overstekende schapen of een ganzenfamilie. Je zou je hier net in een sprookje wanen.

Gjogv is een klein dorpje gelegen in het noordoosten van Eysturoy aan zee. Net voor we het dorpje inrijden zien we kinderen lustig in een riviertje spelen waarbij de ouderen lustig zonnend een oogje in het zeil houden. We kunnen onze ogen niet geloven, … we zijn toch in het noorden,… 't lijkt hier wel een plaatsje aan de Belgische kust.

We rijden een stukje terug en dalen af langs Funningur en zetten zo onze weg over het eiland voort langs Funningsfjordur naar Leirvik, doch rijden eerst nog noordwaarts tot Elduvik. Opnieuw een kleurrijk klein dorpje aan het einde van een fjord, dus keren we terug zuidwaarts richting Leirvik. Dit is een grotere plaats met een haven aan de oostkust. Van hieruit kan men via de onderzeese tunnel naar Klaksvik op Bordoy, een ander eiland van de Faerøer. Dit laten we opzij, wij bezoeken het dorp. Er zouden overblijfselen uit de Vikingtijd (± 900) teruggevonden zijn op Leirvik. We lopen op een, naar het ons lijkt, herdenkingsveld voor vissers vergaan op zee en nadien naar de kerk die, in tegenstelling tot de andere kerken op de Faerøer, groot is. Het is een wit geschilderd gebouw met zwart dak. Het interieur is zeer sober, maar mooi.

Van Leirvik rijden we naar het noorden, naar Fuglafjordur waar ik even het Tourism information center binnenloop en informeer of er eventueel St. Niklaas kerken zijn op de Faerøer. De vriendelijke dame legt mij uit dat er slechts één katholieke kerk is op de Faerøer, nl. in Torshavn, gewijd aan Maria. Gezien zij overwegend luthers zijn geloven zij niet in heiligen en worden de kerken bijgevolg niet gewijd aan een heilige. Op mijn vraag of de kinderen op 6 december dan geen bezoek krijgen van St. Niklaas, antwoordt zij wel positief, maar het zou louter een burgerlijk feest zijn… eigenaardig ik had al anders gehoord over de lutherse kerken maar vooral spijtig voor onze kennissen in Amerika die op zoek zijn naar foto's van kerken gewijd aan St. Niklaas. We lopen hier wat rond. In zee zien we zalmkwekerijen liggen.

Vervolgens keren we op onze stappen terug en rijden verder naar Runavik, Toftir en Nes aan de zuidkust van Eysturoy. Nes is opnieuw een eindpunt van de weg en ligt momenteel in een zeer dikke (plaatselijke) mist. Gezien we hierdoor niet veel meer zien, draaien we maar terug. Even verder is de mist verdwenen. We rijden tot Toftir waar we ook een kijkje nemen. Het is eveneens een mooi kleurrijk plaatsje aan zee gelegen en met een moderne kerk. Hier gaan we niet binnen, we keren terug naar Runavik.

Runavik is groter dan de meeste dorpjes die we reeds zagen. Hier vinden we zelfs winkels. Wanneer we een van de winkeltjes, waar allerhande te koop is, binnenlopen vind ik een leuke sleutelhanger van de Faerøer met aan een kant de eilandengroep afgebeeld en aan de andere kant de papegaaiduiker. Die koop ik voor mijn neef die sleutelhangers van overal verzamelt.

We rijden verder noordwaarts over weg 10 en over de Noord Atlantische Oceaanbrug en komen zo terug op Streymoy, waar we naar Tjornuvik rijden, het plaatsje helemaal in het noorden gelegen dat we gisteren misten. We stoppen even ter hoogte van Haldarsvik. Van hieruit hebben we een prachtig uitzicht over het dorpje en de baai. Hier staat ook de enige achthoekige kerk op de Faeroer, die van op deze hoge weg goed zichtbaar is.

Even later komen we aan in Tjornuvik, opnieuw een eindpunt aan een fjord, waar we andermaal mensen zien spelen, zonnen en genieten in zee. Van hieruit zie je eveneens Risin en Kellingin. Er is ook een mooi houten kerkje, het is evenwel gesloten.

We rijden over dezelfde hoge, enge weg terug en zien ter hoogte van Eldi aan de overkant, van dichterbij nu, de twee prachtige basaltzuilen, Risin en Kellingin statig uit zee oprijzen. We stoppen even om het landschap te bewonderen en worden verwelkomd door een tiental schapen, die ons staan aan te kijken alsof ze zich afvragen wat we eigenlijk komen zoeken op hun terrein.

We rijden terug naar Torshavn, opnieuw langs de bergweg en genieten van de prachtige zichten, de vele vogels her en der en de schapen op wandel met hun kroost. We gaan ons verfrissen en wandelen wat in het stadje. Nadien gaan we naar het restaurant waar we gisteren voorbij liepen. Het was opnieuw een heel goede keuze. We hebben lekker gegeten. In het midden in de eetgelegenheid staat een klein schip dat dienst doet als bar. Een heel origineel en leuk interieur. We slenteren terug naar het hotel voor onze laatste nacht op de Faerøer. Morgen vertrekken we naar IJsland.

Dag 6

Woensdag 01 juli 2009 - ½ dag op de Faerøer en inschepen voor IJsland – 53 km

Na het ontbijt vertrekken we naar Kirkjubour (Tsjitjiboe uitgesproken) in het zuiden van Streymoy, aan Hestsfjodur. Er hangt wat mist en het druppelt even lichtjes. Langs een smalle weg (de 54) door de bergen rijden we naar Kirkjubour. Wanneer je, hoog boven de zee, de laatste bocht en blindhead voorbij rijdt houd je even de adem in, het is zeer indrukwekkend! Dit prachtige havenplaatsje valt op door de gekleurde houten bebouwing, overwegend zwarte huisjes met rode vensters, vaak met een groen geschilderd of grasdak Het kerkje is wit met een zwart dak en heeft een mooie poort met glas in lood raampjes. Het geheel is net een plaatje. We slenteren hier wat rond. Dit uitstapje was meer dan de moeite waard. Vervolgens rijden we terug naar Torshavn, waar we wat wandelen aan Vidarlundin, het stadspark. De plantengroei lijkt ons wel wat verwilderd. Na een tijdje voelen we enkele druppeltjes vallen en gezien we geen regenscherm of regenjas hebben meegenomen, keren we maar naar de wagen terug. We besluiten om, zoals ons eerder gezegd, de enige katholieke kerk op de Faerøer te zoeken. Deze ligt hier in de omgeving. Aan de hand van onze plattegrond vinden we ze snel. Het is een modern gebouw met mooie glasramen, maar met vrij sobere inkleding, zoals alle kerken hier trouwens. Behalve een in hout gesneden beeld van de H. Maagd Maria met het Kind hangt er een zeilschip (zonder zeilen) en aan de ingang staat een beeld van St. Franciscus.

We stoppen nog even aan het shopping center, een heel moderne galerij met allerhande winkels, net zoals wij die hier kennen.

Zoals reeds vermeld is het in Torshavn (spreek uit: Torsjaon) zelf, hoe klein ook, vrij moeilijk om er je weg te vinden, er staan weinig wegwijzers die iets verduidelijken, t.t.z. Torshavn C, D, T…. wat een buitenlander weinig bijbrengt natuurlijk, al kun je de weg nooit lang kwijt zijn want van overal omzeggens zie je beneden de haven liggen waarop men zich kan richten of je blijft rijden op de ring en komt uiteindelijk altijd aan de haven terecht. De wegenkaarten die je kunt kopen verduidelijken niet veel meer dan de kaartjes die je in het toerismebureau krijgt. Hoe dan ook wij hebben omzeggens Streymoy en Eysturoy volledig rond gereden en veel bezocht.

Dan rijden we naar de haven en gaan in het rijtje staan voor inscheping. De Faerøer is een fantastisch mooie streek, zeker en vast een bezoek waard. De mensen zijn zeer vriendelijk en behulpzaam als je ze aanspreekt, zoniet zijn ze eerder stoer, een groet wordt doorgaans niet beantwoord, zoals we later ook zullen ondervinden op IJsland.

Als we aankomen is er nog niemand aan het loket voor de check in. Het rijtje wordt langer. We blijven geduldig wachten. Vanaf 13u30 kunnen we inchecken en in de volgende rij gaan staan. We zien de boot aankomen rond 16u. Na de ontscheping kan de inscheping beginnen. We vertrekken om 17u40 i.p.v. 18u. De zee is woeliger dan bij ons vertrek uit Hanstholm maar toch zeer goed. We gaan naar onze cabine nu op dek 7, verfrissen ons voor het diner, lopen nog wat rond op het schip en gaan naar het buffet waar we genieten tot rond 20u30. Daarna lopen we nog wat rond, installeren ons wat in de Viking Club en gaan vervolgens naar onze kajuit. Er hangt een zware mist, waardoor we wat vertraging oplopen. Op vele plaatsen zie je de zee niet meer. Om 1u 's nachts is het nog klaar, maar… geen zee te zien.

Dag 7

Donderdag 02 juli 2009 – aankomst op IJsland – 375 km

Rond 7u krijgen we land in zicht. We gaan ontbijten waarna we naar het bovendek gaan. Niettegenstaande er een stevige wind waait waardoor het echt koud aanvoelt, lijkt iedereen wel aan dek. We varen verder en zien meer en meer bergen, sommige met besneeuwde toppen. Rond 8u15 zien we in de verte een stadje opdoemen… Seydisfjordur. We zijn in IJsland. Hi Iceland here we are! Vanaf nu spreken we in Iceland time = opnieuw één uur vroeger. Deze keer ga ik mee naar het cardeck, wat is toegestaan voor het ontschepen. We rijden van boord rond 9u en snuiven de eerste beelden op van IJsland. De hoge waterval tegenover de haven valt ons direct op, hoe mooi! De zon is van de partij – in de wagen geeft het een temperatuur aan van 23°C buiten, dat zal wel nog gedeeltelijk liggen aan het feit dat we pas beginnen rijden, doch het is prachtig weer, wat een welkom! De douanecontrole is een formaliteit. De enige vraag die de vriendelijke beambte ons stelt is “hoe lang we blijven”. We krijgen een rode sticker op de voorruit geplakt met een gaatje in de maand van ons verblijf, voor ons juli. Ze wil graag nog weten waar we vandaan komen, we slaan een korte babbel, enjoy en we mogen doorrijden. De grote “trek” kan beginnen.

Seydisfjordur, gelegen in het oosten van IJsland, is een klein stadje aan een 16 km lange kronkelende fjord met dezelfde naam, omgeven door steile bergen met hier en daar pakjes sneeuw op en waar wekelijks de ferry, Norrona komende uit Hanstholm (Denemarken) via Torshavn (de Faerøer), aanlegt.

We toeren even rond in Seydisfjordur, lopen een bank binnen om IJslandse kronen te kopen en bezoeken het mooie licht blauw geschilderde kerkje met witte ramen. Het stadje heeft vele gekleurde houten huisjes, wat herinnert aan Noorwegen. Even later zien we verschillende mooie watervallen, die we natuurlijk vastleggen op foto.

We rijden verder richting Egilsstadir, dé toegangspoort tot IJsland voor bootreizigers. De weg van Seydisfjordur naar Egilsstadir loopt over de Fjarðarheiði pas, waar we nog vrij veel sneeuw zien liggen, heel mooi overigens!

Gezien wij de ring rond IJsland met de klok meerijden laten wij Egilsstadir rechts liggen en zwenken af naar het zuiden via weg 92 en 96 naar de 1. We rijden langs de prachtige bergachtige oostkust met zijn hoge bergen en diepe fjorden.

In Redarfjordur, opnieuw een diepe fjord met hoge bergen en Faskrudsfjordur stoppen we even om het mooie landschap te bewonderen. We krijgen er niet genoeg van.

In Stodvarfjordur, weer een stadje aan een fjord met dezelfde naam, stoppen we aan een oud kerkje dat werd omgevormd tot hotel. Hier zien we voor het eerst op IJsland lupinen, deze zouden we gans het land door tegenkomen, ze groeien zomaar in het wild – wel heel mooi! Zo ook zien we er regelmatig een wit bloempje, een pluisje eigenlijk, we zagen het ook al op de Faerøer en zullen het eveneens gans IJsland door terugvinden, het laat denken aan onze katoenplant.

Onze volgende halte is Breiddalsvik, een klein visserplaatsje aan de gelijknamige fjord, en we bezoeken de unieke steencollectie van Petra Sveinsdottir, zowat wereldvermaard. Verwonderlijk hoe iemand zo'n grote collectie stenen bij elkaar krijgt. Hier wordt ons uitgelegd dat er ook aan de andere kant van de fjord een steenmuseum van Petra is. Helaas, daar moeten we voorbij zijn gereden.

We zetten onze weg voort naar het zuiden, naar Djupivogur, aan de Berufjordur, opnieuw een fraai vissersdorpje aan een fjord waar we halte houden en wat rond kuieren. Bij het verlaten van Djupivogur komen we vrijwel onmiddellijk aan een stuk van de ringweg (nr 1) dat nog niet werd geasfalteerd. De werken zijn echter bezig. Inderdaad, nu weten we al wat het betekent als we ‘varud' vermeld zien …

We lopen wat rond in Hofn, hier bevindt zich een gletsjermuseum waar men alles te horen krijgt over de Vatnajokull en de eronder liggende Grimsvotn, die nog een uitbarsting had in 2004, en we stoppen even verder aan een zwart zandstrand. Dit zullen we nog vaak zien op IJsland, maar is nu voor ons nog nieuw en vinden we heel speciaal.

We zien reeds een hele tijd de Vatnajokull, met zijn mooie grote gletsjertongen, die het langschap siert. Gezien we nog niet echt vertrouwd zijn met de staat van de wegen op IJsland, besluiten wij echter door te rijden naar Bunnholl waar wij ons eerste overnachtingadres hebben. We vinden zonder problemen Brunnholl Farm…, waarom het een farm noemt weten we niet, waarschijnlijk omdat er achter het verblijf enkele paarden en koeien staan, verder vinden wij er niets van een boerderij. Nabij de farm ligt een mooi opvallend kerkje, volledig wit geschilderd met rode boord en rood dak. Het verblijf is prachtig gelegen net voor de Flaajokull, een prachtige gletsjertong van de Vatnajokull. We lopen nog wat rond en verfrissen ons voor het avondeten. De kamer en badkamer zijn zeer ruim. Het restaurant, is wat ze hier een buffet noemen, maar er is echter zeer weinig keuze. Nadien krijgen we nog wat uitleg over onze tocht voor morgen en wat we in de streek zeker moeten bezoeken. Van hieruit kun je gletsjertochten met gletsjerjeeps doen of met een 4WD een rit maken naar het natuurreservaat Lonsoraefi. Dat is niets voor ons, want wij rijden met een 2WD, bovendien trekken we morgen verder tot Nupar, nabij Kirkjubaejarklaustur. Onze eerste dag op IJsland zit erop en we vinden het hier fantastisch! Wij gaan naar onze kamer en leggen ons te ruste na nog even te hebben nagepraat over onze geslaagde kennismaking met dit mooie land.

Dag 8

Vrijdag 03 juli 2009 – 176 km

Na het ontbijt vertrekken we, rond 8u20, naar de Flaajokull gletsjer tegenover ons verblijf. Hiertoe rijden we een stukje over de 1 en vervolgens over een slechte grintweg tot aan de voet van de Flaajokull. Het is grandioos! Het weer is droog, nog wat fris, maar gezien het vroege uur kondigt er zich een mooie dag aan. We keren terug naar de 1 en stoppen nog aan het even verder gelegen uitkijkpunt, waar we naar boven lopen om van het uitzicht op de gletsjers te genieten. We zien er ook een gedenkplaat die, naar wij begrijpen, werd geplaatst in november 2001 bij het aanleggen (laatste stuk van de ringweg of het asfalteren?) van de 1 tussen Höfn en Reykjavik.

We trekken verder door het verlaten landschap naar Jokulsarlon, een gletsjermeer met dobberende ijsbergen dat in de schaduw ligt van de ± 2110m hoge Hvannadalsnukur, het hoogste punt op IJsland. Deze ligt op de rand van de Oraefajokull stratovulkaan. Deze bergreuzen maken alle deel uit van de Vatnajokull.

Op het meer, tussen de afgebrokkelde ijsblokken, kan men een boottochtje maken. We wanen ons hier in een sprookje. We krijgen er niet genoeg van. Ongelooflijk! De kleiner geworden ijsblokken drijven via de smalle doorgang onder de brug af naar de oceaan. Op het terrein voor de lagune staat een klein eethuisje met winkeltje waar men o.a. lekkere wafels met roomijs kan eten.

Aan de overkant van de 1, kan men, met een beetje geluk, een ijsblokje in de oceaan zien dobberen.

We rijden verder richting Skaftafell. Het landschap wordt nog steeds gedomineerd door bergen en gletsjertongen van de Vatnajokull. We begrijpen nu dat men in alle IJslandse gidsen schrijft dat men veel opslagruimte of filmrolletjes moet meenemen, want dat men veel meer foto's maakt dan voorzien. Ter hoogte van Hofsnes rijden we naar het vertrekpunt van de excursie naar Ingolfshofdi. Helaas, het wachthuisje ligt er verlaten bij, we zijn een kwartier te laat. De volgende trip vertrekt om 15u (momenteel zijn er 3 bezoeken per dag: 9u, 12u & 15u). Gezien we niet zolang willen wachten besluiten we om door te rijden naar Skaftafell Nationaal Park. In het informatiecentrum krijgen we de nodige info, we drinken er een lekkere tas koffie en eten er wat bij en starten de vrij steile klim naar Svartifoss, 1,5 km. Het vergt wat uithoudingsvermogen, maar we worden uiteindelijk beloond met een schitterend zicht. Svartifoss, ook wel eens de zwarte waterval genoemd, stort zich over symmetrische basaltzuilen, net orgelpijpen, de diepte in. We dalen terug af en lopen naar de weg, rechts van het infocenter, naar Skaftafellsjokull. Het laatste stuk is wat moeilijker begaanbaar maar je krijgt er een buitengewoon zicht voor in de plaats. Groots! We keren terug naar het infocenter, genieten nog van een lekkere kop koffie en schrijven onze kaartjes naar het thuisfront.

We zetten onze rit verder naar Nupar waar we in het Islandia hotel worden verwacht. We stoppen nog even in Nupsstadur, waar een van de oudste turfkerkjes van IJsland staat. Het kerkje zelf is zeer klein, het heeft plaats voor 8 personen en de predikant, en hoort bij een oude boerderij die onder de rotsen staat. Van hieruit hebben we een prachtig zicht op een uitstekende 688m hoge klif, de Lomagnupur. Aan een vriendelijke dame die ons voorbij loopt vragen we een en ander i.v.m. het plaatsje. Zij geeft ons enige uitleg en een interessante brochure waarna we afscheid nemen. Later die avond zouden we de vriendelijke dame terugzien in het restaurant van het hotel waar zij werkzaam is en zouden we nog enkele malen met haar converseren over onze toer in haar mooie land. Tegenover Nupsstadur ligt de Nupsvatn rivier. Nu moeten we echt wel verder naar het hotel, zo'n 4 km verder, waar we 2 nachten verblijven. We hebben een ruime kamer en badkamer en het restaurant, buffetvorm is in orde, maar ook eerder beperkt qua keuze, al is het toch veel beter dan in Brunnholl.

Dag 9

Zaterdag 04 juli 2009 – Streek van Kirkjubaejarklaustur & excursie naar Ingolfshofdi –

234 km

Vandaag bij het ontwaken horen wij getik tegen de ruiten… ai, het regent. De boeken & brochures over IJsland indachtig wachten we een beetje op ander weer “staat het weer van nu je niet aan, wacht 5 minuten dan heb je ander”… En inderdaad de bui trekt over. Na het ontbijt vertrekken we richting Kirkjubaejarklaustur, het is 9u en 12° C, maar er staat een stevige wind, zodat het koud aanvoelt. Onderweg stoppen we bij de dwergkliffen “Dverghamrar”, mooie basaltzuilen en aan de overkant bij de er vlakbij gelegen Foss-à-Sidu, een waterval in de buurt van een boerderij. Net voor Kirkjubaejarklaustur nemen we de afslag naar Kirkjugolf waar we opnieuw een mooie waterval, de Stjornarfoss, zien aan camping Kleifar. We keren op onze stappen terug en rijden naar Kirkjubaejarklaustur. Hier zouden, voor de kolonisatie van IJsland, een tijdje Ierse monniken hebben gewoond. Het stadje kreeg zijn naam naar het Benedictijner nonnenklooster dat er van rond 1190 tot de reformatie in 1550 heeft gestaan. We bezoeken ook het kerkje, een modern gebouw, waar het echt warm is binnen. Dat doet goed, het begint net weer wat te druppelen. We ondertekenen het gastenboek en trekken verder. Op het pleintje voor de kerk staat een mooi monument, de Systrastapi (zusterskei), 2 zusters die een zware rotsblok op hun hoofd torsen. Dit zou volgens de legende verwijzen naar de rots waar twee nonnen, verdacht van ketterij, levend werden verbrand en er nadien werden begraven. We volgen even verder de weg naar het zuiden en zien de bewuste Systrastapi (rots).

We keren terug en door de weg naar Laki (de F206) te volgen komen we na een paar km bij een van de mooiste canyons van IJsland, Fjadrárgljúfur. Die is enig!

Via Kirkjubaejarklaustur, waar we iets eten en tanken rijden we terug over de hringvegur (ringweg =>1) naar Hofsnes, waar we zullen deelnemen aan de begeleide excursie van 15u naar Ingolfshofdi. Ongeveer ter hoogte van Nupsstadur klaart het weer op. Rond 14u45 komen we aan in Hofsnes waar al andere geïnteresseerden staan te wachten en net op tijd om de tractor met aanhanger te zien terugkeren van de excursie van 12u. Deze uitstap heeft inderdaad succes! Ik vraag iemand die van deze tocht terugkeert of zij inderdaad de papegaaiduikers hebben gezien, daar dit voor ons een belangrijke voorwaarde is. Dit was inderdaad het geval, van zeer nabij, dus besluiten we om mee te gaan.

Ingolfshofdi is een klein, 76m hoog rotseiland, waar duizenden broedende zeevogels te bewonderen zijn, o.a. de aantrekkelijke papegaaiduiker en de minder sympathieke grote jagers. De wind blaast fel en het is koud. Na zo'n 20 min. door een zeearm en rivier te zijn gereden komen we aan, net voor een steile berg vulkaanzand. De klim is moeilijk gezien het hoog en zeer steil is, we wind tegen hebben en in het zand steeds een stukje achteruit schuiven. Dit is het begin van de wandeling en het moeilijkste stuk, eens boven gaat de wandeling veel vlotter op het heuvelachtige, ongelijke terrein. We starten langs de gedenksteen van Ingolfur Arnarson, de ontdekker van IJsland die hier in 874 zijn eerste winter op IJsland zou hebben doorgebracht, het plaatsje werd dan ook naar hem genoemd. Er staat ook een vuurtoren en een soort schuilhokje. Je hebt hier een prachtig uitzicht over de omgeving. Onze begeleider, gewapend met een telescoop, geeft zeer goede uitleg in het Engels, het lijkt wel een ornitholoog. Na een tijdje de grote jagers te hebben bespied zien we honderden papegaaiduikers, die zitten te genieten op de rotsen. We kunnen ze van zeer nabij bewonderen, net alsof ze poseren voor de toeristen... Volgens onze gids hebben we geluk dat er zoveel wind is, want dan blijven ze meer op de rotsen zitten. De wandeling rond de vogelrots gaat verder en regelmatig worden we door de grote jagers belaagd. We steken onze arm, of wandelstok in de lucht, wandelen door en trachten zoveel mogelijk in groep te blijven. Plots zien we een tweetal jagers die een papegaaiduiker verschalkt hebben en nu druk doende zijn om hem te verorberen. Dat is minder fraai en iedereen uit zijn ongenoegen, de papegaaiduiker is zeer geliefd, maar ja dat is de wet van de natuur. Hier en daar zien we nog eieren liggen. Regelmatig mogen we met de telescoop de nesten op de rotsen, die steil in zee duiken, observeren. Na een tochtje van ergens een 3 km (± 2u) beginnen we aan de afdaling waar de tractor staat die ons opnieuw door het water aan land zal brengen. Het was zeer interessant. We betalen onze vriendelijke begeleider 3.000 Isk en vatten de terugreis aan naar ons hotel in Nupar, ongeveer een uur rijden. We zijn zeer tevreden dat we hebben deelgenomen aan de excursie, niettegenstaande de moeilijke klim en de ijzige wind boven op de rots.

Dag 10

Zondag 05 juli 2009 – naar Vik – 211 km

Na het ontbijt vertrekken we richting Vik, gelegen aan de voet van de Reynisfjall, waar we vandaag moeten aankomen in het Hotel Edda. Voorbij Kirkjubaejarklaustur, rijden we langs de 204 tot Seglbudir. Hier rijden we te midden van de pseudo-kraters, we keren langs dezelfde weg terug en volgen opnieuw de 1 richting zuiden langs Landsbrotholar, de grootste groep pseudo-kraters op IJsland en de met mos begroeide lavavelden van Eldhraun. Deze lava kwam er terecht door een uitbarsting in 1783 van de Lakagigar vulkaan die 9 maanden duurde en de meest catastrofale ooit op IJsland is geweest. Vervolgens rijden we door de zandvlakte van Myrdalssandur.

Voor Vik draaien we de (amper een) weg naar de kaap van Hjorleifshofdi in, genoemd naar Hjorleifur, vriend van Ingolfur Arnarson, die hier ooit voet aan wal zette. Hier zien we omzeggens geen weg meer. We richten ons op de rotsen om onze weg terug te vinden bij het terugkeren, tot we plots het verkeersbord zien opdoemen… enkel voor 4x4WD voertuigen. Pech, we draaien terug naar de 1 en rijden tot Vik. Na onze aankomst te hebben gemeld verkennen we dit plaatsje, het zuidelijkste dorp op het vasteland en de plaats met het meeste neerslag op IJsland. Het is een grotere plaats, tegenover het hotel is er een winkeltje, een tankstation en een restaurant waarvan wij deze avond gebruik zullen maken, gezien er geen avondeten wordt geserveerd in het hotel zelf. Van hieruit zien we de rotsformaties van Reynisdrangar en een Duits monument waarover wij nergens iets terugvinden. Langs weg 218 rijden we naar Dyrholaey, een uit de zee oprijzende 120m hoge rots met groot gat. Behalve enkele druppeltjes regen is het de ganse dag droog gebleven. Er is helaas zeer veel wind. Op de rots in Dyrholeay worden we letterlijk opzij geblazen. We dalen af naar het gitzwarte strand, het is spectaculair. Via de 1 keren we een stukje terug en rijden via de 215 naar Reynisdrangar, vrijwel aan de overkant van Dyrholaey, waar we de basaltrotsen nader gaan bekijken. De 66m hoge rotsnaalden in zee zouden volgens de saga 3 trollen zijn die een driemaster wilden kelderen, doch bij het aanbreken van de dag in steen veranderden. We bezoeken ook de grot op de zuidflank van de 340m hoge Reynisfjall. Fantastisch gewoon, enkel gemaakt door de natuur. Hier zouden ook enorm veel papegaaiduikers leven… helaas hebben wij ze hier niet gezien. We stoppen nog even aan de Reyniskirkja, een kerkje uit 1897. Vervolgens rijden we de 2208 op, de weg valt mee, we zijn inmiddels erger gewoon. Al snel komen we aan in Heidar Vatn. Het meer ligt in een diepe vallei omringd door hoge bergen. We kijken een tijdje naar twee vogels die op de uitkijk zitten op het gras en keren terug naar Vik. We rijden tot aan de kerk. Ze is hoog gelegen zodoende krijgen we een mooie uitkijk op de omgeving. De kerk is wit geschilderd en heeft een rood dak zodat ze opvalt in het landschap. We rijden terug de heuvel af en bezoeken het winkeltje aan de overkant van het hotel waar, zoals overal op IJsland, de met jacquard motieven, met de hand gebreide wollen truien te koop hangen. We tanken en rijden terug naar de overkant om ons klaar te maken voor het diner. We gaan te voet terug naar het restaurant, waar we de eerste maal op IJsland frietjes eten. 't Is lekker. De accommodatie is in orde, we hebben een ruime kamer en badkamer.

Dag 11

Maandag 06 juli 2009 – tot Fludir – 309 km

Na het ontbijt vertrekken we richting Skogar. Het is ongeveer 9u en 9° C. Er staat nog steeds een stevige wind die koud aanvoelt. We werpen een laatste blik op Reynisdrangar, helaas de rotsen liggen momenteel volledig in de mist. We volgen opnieuw de 1 en hebben een prachtig zicht op de Myrdalsjokull, de ijskap die op de Katla vulkaan ligt. We rijden de 221 op naar de Solheimajokull, een gletsjertong van de Myrdalsjokull, langs een prachtige vallei met slechte weg. We lopen echter niet tot aan de jokull zelf maar keren op onze stappen terug en rijden verder langs de 1 tot Skogar.

Op de Skoga rivier ligt de brede Skogafoss, de laatste van een 20-tal kleinere watervallen, die zich met denderend geweld 62m naar beneden stort. Deze gaan we eerst bezoeken, men kan hem niet missen, hij is zelfs goed zichtbaar van op de 1. Het is overweldigend. Rechts naast de waterval loopt een klein steil padje naar boven vanwaar men een mooi uitzicht heeft. Hier vertrekt de wandelweg naar Thorsmork (een bergtocht van ± 10u).

Wij gaan naar het Skogar volksmuseum, ondergebracht in een oude turfboerderij. De toegangsprijs, 1.000 Isk, is voor het volledige complex. Er staan verschillende gebouwtjes op de site, waaronder een school, een kerk en enkele huisjes met mooie oude inboedel en in het hoofdgebouw is een zeer interessant volksmuseum en een koffieshop. Zeer zeker de moeite waard. Wanneer we het museum verlaten is het 15° C.

We rijden naar weg 249 en komen al snel aan de Seljalandsfoss, een heel mooie, 40m hoge, waterval bij de afslag naar Thorsmork. Achter deze waterval kun je doorlopen maar je houdt er wel een nat pak aan over volgens de brochures… Wim heeft het gedaan en het klopt als een bus, maar het traject is niet zo eenvoudig, je moet klimmen en klauteren.

Nu vertrekken we richting Hella. Ter hoogte van Hvolsvollur zien we rechts in de verte de Hekla liggen, de bekendste en actiefste vulkaan op IJsland. Net voor Hella, vraag ik nog even aan een IJslandse dame of we met onze wagen naar Landamannalaugar zouden kunnen rijden. “With that small car”…, gezien het maar een 2WD is (zeker geen kleine wagen), noemen de IJslanders het een kleine wagen, dit hadden we al eerder gehoord. Helaas, krijgen we opnieuw een negatief antwoord, “maar je kan het altijd proberen en mocht het niet lukken dan keren jullie terug… “.

Dus besluiten we om toch weg 26 naar het noorden op te rijden, een slechte baan, die voorbij de Hekla loopt. Hier stoppen we natuurlijk en nemen een kijkje. De Hekla is 1450m hoog en bovenaan ligt er nog vrij veel sneeuw op. In tegenstelling tot wat je vaak leest, ligt de top nu niet achter de wolken. Hier vertrekt ook de kortere weg naar Landmannalaugar, de F225, maar die kunnen we in ieder geval niet nemen, die is enkel voor 4x4WD, want je moet een rivier doorkruisen, maar dat wisten we. We rijden verder tot Hrauneyar, waar we een hotelletje met koffiehuis binnenstappen en iets gaan nuttigen en koffie drinken. Wat ons opvalt bij het binnenkomen zijn een hele reeks laarzen en bergschoenen netjes naast elkaar geplaatst, waarschijnlijk van de groep die thans in de eetzaal zit uit te blazen, net teruggekeerd van een bergwandeling of zo? Toch een zeer eigenaardig zicht in een hotel. Wij houden onze schoenen aan en ik richt mij eerst tot de dame aan de receptie. Opnieuw herhaal ik mijn vraag, waarop ik kordaat een negatief op het rekwest krijg. Ja, wat nu? De gegevens die ons thuis werden medegedeeld door mensen die het veel beter weten dan wij indachtig (was ook vrij negatief), besluiten we om de 26 verder op te rijden tot aan de 208 die naar Landmannalaugar loopt, om eens te kijken hoe die weg eruit ziet… Slecht ok, maar we zullen het toch maar een stukje proberen. Inmiddels is het echter 16u en moeten we nog naar Fludir rijden. Na een tijdje, ongeveer 30 km van het einddoel besluiten we om toch maar terug te keren. Het blijft een droom… De weinige wagens die onze tegenkomen zijn inderdaad “grote” wagens, 4x4WD, bovendien is het wegdek echt slecht, begint de hoogte in te lopen, maar vooral het is al vrij laat. We keren dus terug naar de 26 en volgen weg 32 en 30 om uiteindelijk rond 20u aan te komen in het Fludir Icelandair Hotel, waar we zullen overnachten. Opnieuw een heel goed hotel en restaurant waar we kunnen eten “à la carte”. Ze gaan er hier prat op dat ze vers eten aanbieden uit de streek. Het was inderdaad heel lekker. Na de reis weerhouden we dit als het hotel met het beste restaurant op onze toer. Het is ook zeer goed gelegen voor onze uitstap van morgen naar de Gullfoss.

Dag 12

Dinsdag 07 juli 2009 – gouden cirkel en tot Reykjavik – 186 km

Om 9u vertrekken we om onze toer van “de gouden cirkel” te beginnen, een must voor wie IJsland bezoekt. We rijden weg 30 verder op naar het noorden richting Gullfoss. Momenteel is er nog vrij veel mist in de bergen. We stoppen even in Foss om een mooi watervalletje te bewonderen, hij is niet hoog maar wel breed en zeer mooi. We zetten onze weg voort tot we plots een verbodsplaat zien –geen auto's of motorvoertuigen-, ha en nu… er is echter geen andere weg. Dit verkeersbord moet hier per vergissing terechtgekomen zijn, even een foto maken… en we rijden door, via de 36 komen we aan de Gullfoss, een zeer imposante waterval op de Hvita rivier, die zich in twee trappen 32m naar beneden stort. Ongelooflijk spectaculair. We lopen er wat rond en nemen (natuurlijk) een aantal foto's.

Dan rijden we verder naar het geothermisch gebied Geysir, eveneens deel uitmakend van de gouden cirkel. Dit veld kun je niet missen, je ziet van ver rookpluimen opstijgen en je ruikt het ook. We gaan eerst tot bij de Geysir, al trekt Strokkur natuurlijk de meeste aandacht. Om de ± 5 à 6 min stuwt hij kokend water zo'n 15 à 20m de hoogte in, het is fantastisch. We lopen het gebied rond en bewonderen eveneens ‘little Geysir” die ook lustig borrelt en kleine straaltjes laat opwellen. Geysir zelf ligt er rustig dampend bij, verder doet hij niets. Het ruikt hier geweldig naar zwavel (rotte eieren), maar na een tijdje word je eraan gewoon en stoort het eigenlijk niet meer.

We rijden verder naar de derde plaats van de gouden cirkel, Thingvellir. In Laugarvatn stoppen we even en willen er wat rondlopen. Helaas het ziet hier zwart van kleine mugjes die zeer vervelend zijn. We rijden dus maar verder. Over de Lyngsdalsheidi bergpas komen we in Thingvellir, “vlakte van het parlement” en plaats van historisch belang voor IJsland. Hier werd het oudste parlement van Europa opgericht in 930, het Althing. Dit zou bijna 900 jaar standhouden. Tot 1798 kwamen volksvertegenwoordigers en belangrijke en minder belangrijke lieden van de bevolking hier iedere zomer samen om feest te vieren, recht te spreken, nieuwe wetten uit te vaardigen, nieuws uit te wisselen en belangrijke zaken te regelen. We bezoeken de Lögberg, rots van de wetten, van waarop de wetspreker de wetten bekendmaakte aan het volk. In de Logretta werden de wetten besproken alvorens te worden medegedeeld, beide in het oosten van de Almannagja kloof. In het “meer der verdrinking”, Drekkingsarhylur in de Oxara rivier werden veroordeelde vrouwen verdronken. Verder staat er, op de plaats waar in 1016 een van de eerste kerkjes op IJsland werd gebouwd na hun bekering tot het christendom, een mooi houten wit geschilderd kerkje met groen gekleurde luiken en een zwart dak, de Thingvallakirkja, die dateert uit 1859. Vervolgens lopen we de trappen op naar de Oxararfoss waterval, die van de Almannagja kloof 20m dieper in de Oxara valt.

We zetten onze weg voort richting Reykjavik, de meest noordelijk gelegen hoofdstad ter wereld, gelegen aan de voet van de 914m hoge berg Esja. Wat een verschil met wat we de laatste dagen zagen. Hier heerst een drukte die we op IJsland niet gewoon zijn. De autosnelweg, zo mag je de baan hier noemen, ligt zeer goed en heeft op sommige plaatsen zelfs 3 rijstroken. We rijden door tot Kopavogur, op zoek naar een verkeersbord dat we in een IJsland brochure hebben gezien, helaas, na herhaaldelijke malen vragen aan inwoners daar, vinden we ze niet. Iedereen vindt de “oversteekplaats voor trollen” leuk, maar hebben ze nooit gezien! Zouden de IJslanders zich vergist hebben en een verkeersbord van de in Noorwegen gelegen “trollenweg” in hun brochures hebben opgenomen?

We rijden terug naar Reykjavik en vinden onze verblijfplaats voor twee nachten zeer snel, hotel Cabin. Niettegenstaande we hadden gelezen dat de kamers er zeer klein zijn hebben we een zeer ruime kamer en badkamer op de 7e verdieping, het is een “deluxe double room”, zoals we in onze reisdocumenten lezen. Met dank aan Askja, het reisbureau dat onze reis en accommodaties heeft geregeld! Breakfast is voor de deluxe kamers ook op de 7e verdieping. Het is een buffet met zeer ruime keuze. Men kan er ook eens tot op het terras gaan vanwaar men zicht heeft op de stad, de kust en de Esja. Het restaurant zelf op het gelijkvloers, is in buffetvorm en heeft weinig keuze. Eigenaardig voor zulk een groot hotel. Spijtig dat we zover van het centrum logeren, dat klopt inderdaad, het is ergens 20 min stappen.

Nadat we onze intrek hebben genomen in het hotel vertrekken we te voet naar de Hallgrimskirkja, de grootste kerk van het land, die omzeggens vanuit heel Reykjavik te zien is. Het is een mooie grote kerk met een speciale bouwstijl, helaas staat die momenteel volledig in de steigers. We kunnen ze wel bezoeken, zelfs tot in de toren waarvoor er een lift is voorzien. Van hieruit hebben we een prachtig zicht op Reykjavik en de Esja. Opvallend zijn de rechte straten in de stad. Voor de kerk staat een standbeeld van de IJslandse Viking Leifur Eiriksson, een ontdekkingsreiziger, navenant de saga “een van” de ontdekkers van Amerika en/of Vinland die nadien terugkeerde naar Groenland. Via het winkelcentrum waar we wat rondslenteren dalen we af naar de haven. Op de terugweg, langs de kust, zien we een mooi kunstwerk, de interpretatie van een Vikingschip zoals we lezen in onze reisgids.

We verlaten de “boulevard” en lopen naar Hofdi House waar, in 1986, de ontmoeting plaatshad tussen President Reagan en Sovjetleider Gorbatsjov, wat tot een ontdooiing van de koude oorlog leidde. Het gebouw is niet opengesteld voor het publiek maar wordt gebruikt voor speciale gelegenheden. Langs de kust keren we terug naar het hotel en maken ons klaar voor het diner.

Dag 13

Woensdag 08 juli 2009 – Reykjanes – 250 km

Na het ontbijt vertrekken we naar het schiereiland Reykjanes (ten zuiden van Reykjavik) waar we eerst de nationale luchthaven in Keflavik bezoeken. Het is een heel modern gebouw en zeer net binnen. We noteren dat Brussels Airlines (nog) niet op IJsland vliegt. Van hieruit rijden we verder naar Gardskagi met zijn wit zandstrand. Dit is het meest noordwestelijke punt van Reykjanes. Het krioelt hier van de vogels, maar het ruikt (stinkt) hier geweldig. Er staan twee vuurtorens, een uit 1897 en een uit 1944.

We rijden verder naar Sandgerdi, waar we een mooie kleine haven met allerlei gekleurde plezierbootjes zien en een gele vuurtoren. We worden “verwelkomd” door honderden vogels. Ook hier ruikt het geweldig naar zwavel en vis. Hier bevindt zich ook “the nature center”, het natuurmuseum enig in zijn soort, waar men specimen van dieren die op de bodem van de oceaan leefden, zoet- & zoutwatervissen, opgezette vogels, een verzameling eieren, enz vindt zoals we lezen, dit museum is echter nog gesloten, dus rijden we verder.

Ongeveer 5 kilometer verder naar het zuiden staat een mooi opvallend zwart stenen kerkje uit 1887 met geschilderd torentje in de kleuren oker, steenrood & groen en de koepel in 't zwart zoals het dak, heel mooi overigens, de Hvalsneskirkja ernaast ligt een goed onderhouden kerkhof. Hier was in de 17e eeuw de schrijver en dichter Hallgrimur Pétursson 7 jaar priester en schreef hij de treurzang Passion Hymns, opgedragen aan zijn dochter. Naar hem werd ook de Hallgrimskirkja in Reykjavik genoemd. Het kerkje is gesloten.

We gaan verder zuidwaarts tot Reykjanesta, het meest zuidwestelijke punt van Reykjanes. We rijden tot boven, zodat we een uitgestrekt zicht krijgen over de indrukwekkende streek, de kustlijn en de geothermische activiteit in het gebied. Op de top staat een mooie witte vuurtoren. Hier op de top van de Valahnukur, werd ooit de eerste vuurtoren op IJsland gebouwd, die werd in gebruikgesteld op 1 december 1878; deze werd lang aanzien als de belangrijkste vuurtoren van het land. De huidige vuurtoren staat 73m boven de zeespiegel en werd opgetrokken van 1907 tot 1908 op de Baejarfell. Hij werd in werking gesteld op 20 maart 1908. Net voor de kust ligt de 51m hoge rots Karl, broedgebied van de noordse stern en 14 km verder in zee maar mooi zichtbaar zien we Eldey, een hoge steile rots waar een grote kolonie jan-van-gents broeden (helaas zover zijn we niet geraakt…).

We vervolgen onze toer langs Grindavik en rijden door een vogelreservaat. Behalve enorm veel vogels zien we golfspelers en, langs gans de route, heel mooie bergen met spectaculaire kleuren. We nemen de afslag naar Blue Lagoon, een meer met hel blauw water en een natuurlijk bad met geothermisch mineraalrijk zeewater, mooi gelegen, omgeven door lavavelden, een must voor wie IJsland bezoekt, het is inderdaad heel indrukwekkend.

We draaien terug naar het zuiden tot ongeveer Grindavik en zetten onze weg verder richting Krysuvik bekend voor zijn geothermisch gebied. Van ver zien we rookpluimen opstijgen. Gezien het reeds later wordt rijden we voor Krysuvik noordwaarts richting Hafnarfjordur. In Seltun, houden we een stop en bezoeken een van de meest actieve geothermische gebieden. Stoomgaten, heetwaterbronnen, modderpotten, overal stijgt stoom de lucht in en laat een stinkende geur na. Op menige plaatsen is er op de aarde zwavelafzetting te zien. Het is buitengewoon. In 1999 had hier een enorme ontploffing plaats, gelukkig zonder gewonden.

We rijden verder langs prachtige kliffen, super mooi gekleurde bergen, en langs de slechte weg tot Hafnarfjordur waar we de 1 naar Reykjavik nemen. Reykjanes, zoals we herhaaldelijk lazen, wordt minder vaak bezocht door de toeristen (behalve Blue Lagoon natuurlijk). Indien dit zo is weten ze niet wat ze missen, want het is een prachtig gebied, spijtig dat wij niet meer tijd hadden om het vollediger uit te spitten.

In Reykjavik aangekomen rijden we naar de Perlan, een panoramisch restaurant met glazen koepel, gebouwd op 6 enorme watertanks die 21 miljoen liter water kunnen opslaan, aanvankelijk voorzien voor de verwarming van Reykjavik en omgeving. Vijf van de zes tanks zijn nog steeds in gebruik. In de zesde tank is het Saga museum ondergebracht. Bij het binnenkomen van het complex valt een enorme fontein op die een waterstraal, ongeveer om de 5 min, bijna 5 verdiepingen hoog naar boven stuwt. Zeer indrukwekkend. Je zou warempel denken aan de Strokkur. ‘s Avonds kan men hier onder de koepel genieten van een exclusief diner terwijl het restaurant draait, op 2 uur ben je rond (zoals we lazen). Er is ook een cafetaria, met terras rondom, vrij toegankelijk gans de dag vanwaar men hetzelfde mooie zicht heeft dan vanuit het chicke (dure) restaurant, je moet er wel zelf rondlopen, wat we natuurlijk doen. Hier staan ook telescopen. Proef zeker ook de lekker huisgemaakte ijsjes even, ze zijn heel lekker!

Wij rijden verder tot Reykjavik centrum, waar we gemakkelijk een parkeerplaats vinden bij de haven. We wandelen er wat rond en lopen het mooie winkeltje met kerstartikelen binnen en een grote hobbyhandelszaak. Hier moet ik even kijken of ik er iets kan vinden over IJsland voor mijn scrapbooking… helaas, zelfs geen paper sheets met de landkaart erop. In het toerismebureau vragen we nog een en ander en wandelen nog wat voort. Vervolgens rijden we terug naar het hotel en maken ons klaar voor het diner.

Gezien het hier klaar blijft (wat een luxe) rijden we nadien nog tot Bessastadir, waar de residentie van de IJslandse president zich bevindt, net achter een klein kerkje, gewijd aan St. Niklaas en vanwaar men ook een prachtig uitzicht heeft over de omgeving. Vandaar keren we over de 1 terug naar ons hotel in Reykjavik.

Dag 14

Donderdag 09 juli 2009 – naar Snaefellsnes – 382 km

We verlaten Reykjavik rond 8u30 richting Mosfellsbaer (noordwaarts). Het is helder weer; droog en momenteel 11°C. In Sauerbaer vermijden we de tunnel om de fjord te ronden, Hvalfjordur, langs weg 47. Opnieuw worden we geconfronteerd met prachtige zichten op de bergen. 't Ware spijtig geweest hadden we dit moeten missen, de weg is wel wat langer, maar dat hebben we er graag voor over. We zouden zo verder noordwaarts terug langs de 1 en via de 50 naar de Hraunfossar rijden. Na een tijdje krijgen we de indruk dat we, om een of andere reden, de 1 afgesukkeld zijn, want de weg is enorm slecht. Hoe dan ook een tijdje later geraken we op de 50, een veel betere weg, en rijden langs Fossatun verder naar de 518 die naar Hraunfossar en Barnafoss gelegen in het Reykholtsdal leidt. Hier en daar zien we de Langjokull schitteren in de zon. Het weer is inderdaad goed en de zon is van de partij, het is zo'n 16 à 17°C. De eerste waterval die we tegenkomen is de Hraunfossar. De lavawatervallen zijn buitengewoon. Over een 900-tal meter lopen vele riviertjes van onder het lavaveld Hallmundarhraun en worden pas zichtbaar wanneer ze in de Hvita rivier neerkomen. Een vijftigtal meter verder ligt de Barnafoss, waar de Hvita zich door een smalle kloof naar beneden stort. Hier zouden ooit twee kinderen van de brug zijn gevallen en verdronken, vandaar de naam die kinderwaterval betekent.

We keren terug naar Reyckholt, een belangrijke historische plaats voor IJsland, die we op de heenweg links lieten liggen. Dit was de woonplaats van de hier geboren Snorri Sturluson, sagaschrijver, dichter en politicus.

Vervolgens rijden we naar Deildartunguhver, een warmwaterbron die zo'n 180 liter, praktisch kokend water per seconden verschaft. Hier is de stoom van het water zo dicht dat je op vele plaatsen omzeggens de grond niet ziet.

We zetten opnieuw aan richting Borgarnes waar we ook even rondtoeren en via Borg zetten we onze weg verder naar Snaefellsnes via de 54, een voor 2WD vrij goed berijdbare weg (voorlopig tenminste). In Borg stoppen we even aan het kerkje dat net wordt opgekalefaterd, met ernaast een mooi modern kunstwerk.

Aan het uitkijkpunt voor Ytri-tunga gaan we een kijkje nemen. We hebben een mooi zicht op de oceaan. Hier ligt een mooi wit zandstrand en het is een paradijs voor vissers, zoals we in onze brochure lezen.

We zetten de weg verder naar Budir, waar we ook eens rondlopen. Hier staat een hotel en een opvallend zwart kerkje met witte ramen en toegangspoort en is er een wit zandstrand. We keren naar de 54 terug en besluiten om toch over de 574 verder te rijden naar Hellissandur. De weg is wat langer, maar we zien het zitten. Na een 8-tal km doemt er een dichte mist op en vallen er wat druppels regen bovendien begint de weg te stijgen en hebben we slecht zicht. Gezien het gevorderde uur en het verkeersbord dat we zopas hadden gezien indachtig, besluiten we om rechtsomkeer te maken en naar de 54 terug te rijden… wat een vergissing! Dit stuk van de 54 dat afslaat naar het noorden van Snaefellsnes nabij Olafsvik is in enorm slechte staat, bovendien zijn er werken gaande (zoals we later vernemen … voor de aanleg van de weg). Voor ons hobbelt een kleine 2WD met IJslandse nummerplaat. We denken dat het ook toeristen zijn met een gehuurde wagen, even later stopt deze en zet zich aan de kant van de weg. Wij houden de moed erin en hobbelen verder, niet al te gerust, tot we in de verte de zee zien, hoop doet leven… even later komen we op de 574 in goede staat. Later zouden we, in het hotel en op het toerismebureau, vernemen dat we weg 574 hadden moeten aanhouden, dat die net goed aangelegd werd en dat de 54 nog helemaal niet aangelegd is maar dat, als we volgend jaar terugkomen deze ook in orde zal zijn. Ok, dat weten we dan ook weer. Een tijdje later komen we aan in het Hellissandur hotel waar we worden verwacht. Het hotel ligt net tegenover de Snaefellsjokull. Het is opnieuw een goede accommodatie, we hebben een ruime kamer maar een kleinere badkamer. Het restaurant is in orde “à la carte” maar met eerder een beperkte keuze. Het uitzicht is echter prachtig! Hier blijven we twee nachten. We gaan ons opfrissen en kleden voor het diner. Nadien maken we nog een mooie wandeling langs de zee en keren terug via het dorpje. Hier is ook het Sjomannagardurinn museum, een maritiem museum, waar men kan zien hoe destijds zeelui hebben geleefd. Voor het museum staat een oude vissersboot uit 1826 en een mooi monumentje: een visser die een vis gaat ‘onthoofden' en een kind dat erop staat te kijken.

Dag 15

Vrijdag 10 juli 2009 – op Snaefellsnes – 185 km

We worden gewekt door de zon die onze kamer binnendringt. Dat het in deze tijd van het jaar omzeggens niet donker wordt op IJsland wisten we al, maar dat we worden gewekt met een stralende zon die onze kamer binnenvalt overtreft alles. Het belooft een heerlijke dag te worden. We maken ons klaar en na het ontbijt vertrekken we om het schiereiland te verkennen. Via de 574 en de 579 (wat een weg) rijden we naar Ondverdarnes, het meest westelijke punt van Snaefellsnes. Op het einde van de weg staat een vuurtorentje waar enkele schaapjes staan te kijken, net alsof we indringers zijn op hun terrein. We lopen een stukje verder tot we de zee zien. Hoge zwarte kliffen, waarop honderden vogels zitten, lopen hier steil naar beneden. We zijn hier echt “in the middle of nowhere”, behalve de schaapjes en vogels is er niets levends te bekennen. We rijden een stukje terug en draaien af naar Saxholsbjarg. Opnieuw worden we bedankt met prachtige zichten op vogelrotsen (met vogelpoep) en de zee. Het is fascinerend! Hier staat ook een vuurtoren. We rijden terug naar de 574 (in zeer goede staat, zoals ze ons zeiden net aangelegd). Onze volgende stop is nabij Dritvik, aan de grillige rotsformaties van Djupalonssandur, een kleine baai waar vroeger vissersbootjes aanlegden. De vissers kregen loon, afhankelijk van hun kracht, die werd gemeten met zware stenen die ze moesten optillen, die liggen er nog. We dalen de trappen en het bergje af en hebben een spectaculair zicht op de lavarotsen tussen het zwarte keitjesstrand. Her en der liggen nog resten, stukken schroot, van de Epine GY7, een Engels schip, dat in Dritvik op 13 maart 1948, door de zware storm, op de rotsen werd geslagen. Reddingsteams van Arnastapi, Hellnar en Hellissandur kwamen ter hulp. Doch door de slechte weersomstandigheden en de wilde zee konden er van de 19 bemanningsleden slechts 5 worden gered. We lopen de helling op en krijgen een mooi zicht op de oceaan. Hier en daar staan gelukstrolletjes zoals je ze ook op Noorwegen vindt (stenen die op elkaar worden gelegd en zorgen voor een veilige route). We gaan terug naar boven en volgen een graspad tot we opnieuw zicht krijgen over de oceaan en het lager gelegen keitjesstrand van daarnet.

We keren terug naar de 574 en rijden verder zuidwaarts. We stoppen aan de vuurtoren van Malariff, het zuidelijkste punt van Snaefellsnes, net ten oosten kunnen we ook de Londrangar & Thufubjarg, bewonderen. We rijden een stukje verder tot Svaltufa & Thufubjarg en lopen naar boven, waar we een prachtig zicht krijgen op de oceaan en de vogelrotsen.

In Laugarbrekka, haar geboorteplaats, stoppen we even aan het standbeeld van Gudrid Thorbjarnardottir met haar zoon Snorri op de schouder, staande in een boot. Volgens de overlevering zou zo'n 500 jaar voor Columbus, de Viking Thorfinn Karlsefni en zijn vrouw Gudrid Thorbjarnardottir voet aan wal hebben gezet op Amerika. Zij ontdekten land naar het zuiden toe. Tijdens hun verblijf kregen zij er een zoon, Snorri Thorfinnsson, de eerste Europeaan die in Amerika werd geboren. Gudrid en Thorfinn verlieten Amerika na 3 à 4 jaar en leefden verder op een boerderij in Glaumbær (nabij Varmahild in het Noorden van IJsland). Hetzelfde standbeeldje zouden we later terugzien op Glaumbaer.

Onze volgende stop wordt Hellnar, waar we opnieuw worden verrast door het mooie landschap, een turkooizen oceaan aan een ruwe ingesneden kustlijn, vooruitspringende rotsformaties waarop veel vogels huizen, en bergen alom met de mooiste kleuren en natuurlijk de besneeuwde Snaefellsjokull.

Van hieruit rijden we verder tot Arnastapi, een prachtige baai en de laatste in de rij van onze bezoeken richting zuiden op het schiereiland. Zoals Hellnar heeft ook Arnastapi een mooie ingesneden kustlijn, prachtige rotsformaties, grotten en kliffen bewoond door vogelkolonies, bergen en een haventje waar enkele bootjes liggen te dobberen. Weer wordt het landschap gedomineerd door de Snaefellsjokull. In het dal, staat een wit geschilderd huis met rood dak, wat het geheel vervolmaakt. Het is hier prachtig, net een schilderijtje.

De weg van gisteren indachtig keren we via de 574 terug over Hellissandur naar de 575 (richting noordoosten van het schiereiland). Het weer is nog steeds prachtig, er hangen enkel wat wolkjes in de bergen, de hemel is mooi blauw en het is warm – ook dit is IJsland. Net voorbij Hellissandur stoppen we aan het uitkijkpunt Sjonskliffa, een broedgebied van de Noordse Stern, waar we duidelijk niet welkom zijn … ik wil uitstappen om enkele foto's te maken van deze stormvogels, maar word letterlijk door de dieren aangevallen. Ik heb de foto's dan maar gemaakt langs de open ruit van de wagen. We willen hen niet verder storen en rijden door tot Rif, waar eveneens een grote kolonie stormvogels ons opwacht.

We rijden verder tot Olafsvik, een aangenaam vissersdorpje. Hier bezoeken we de haven en de mooie kerk die wel een heel speciale bouwstijl heeft en van ver zichtbaar is. Wat buiten het dorp ligt een mooie waterval. Even buiten Olafsvik zien we de wegwijzer voor weg 570 Snaefellsjokull => 12 km… Net toen we de weg indraaien komt er een zware 4x4WD aanrijden (wat de IJslanders “a big car” noemen). We knipperen even met de lichten, om laten te blijken dat we iets willen vragen. De bestuurder stopt en ik vraag hem of het zou mogelijk zijn om met onze wagen naar de jokull te rijden. Waarop ik prompt het antwoord krijg “no way, you have to return, there is too much snow, we returned because of the snow with this car….”. Het mag dus niet zijn, we draaien terug en zetten onze weg verder richting Grundarfjordur.

Na een poosje duikt de Kirkjufell en de Kirkjufellsfoss op. De berg en de waterval zijn enig. We lopen tot aan de voet van de waterval. Boven in het gras ligt iemand te zonnen… wij zijn nog steeds op IJsland. Het is 17u en 20°C, er is geen wind; het is hier heerlijk. We rijden door tot Grundarfjordur, een visserdorp van waaruit je ook een mooi zicht hebt op de 463m hoge Kirkjufell. Dan keren we terug naar ons hotel in Hellissandur, mits nog verschillende stops in te lassen aan uitkijkpunten of gewoon fotostops.

Net voor Hellissandur slaan we de weg in naar Ingjaldsholl waar een mooi wit kerkje met rood dak en zwarte ramen staat. Hiervoor moeten we opnieuw de kolonie “jagers” voorbij rijden die opvliegen als we aankomen. We zien duidelijk dat we nog steeds niet welkom zijn bij deze “ongastvrije” gevederde dieren. Sommige vliegen in duikvlucht tot net voor de voorruit van de wagen. Dit zijn echt geen sympathieke vogels. Het kerkje ligt op een helling zodat we een mooi zicht op de omgeving hebben, maar vooral op de Snaefellsjokull. Er ligt inderdaad veel sneeuw op. Het zicht is fantastisch. Dan keren we naar het hotel terug om ons op te frissen voor het diner en wandelen nadien nog wat rond.

Dag 16

Zaterdag 11 juli 2009 – via Vatnsnes naar Varmahild – 416 km

We worden opnieuw gewekt door een stralende zon die onze kamer binnenschijnt. We maken ons klaar, ontbijten en vertrekken rond 9u. Het is reeds 15°C, veel zon en geen wind zodat het al warm aanvoelt. In het Toerisme bureau informeerden we gisteren nog of weg 54 langs de noordkant berijdbaar is voor 2WD wagens en niet is zoals het stuk dat Snaefellsnes dwarst. Waarop we het antwoord krijgen dat die niet geasfalteerd is en niet goed ligt, maar veel beter dan het bewuste stuk waarover wij het hebben. Ten einde ook deze kant van het schiereiland te zien besluiten we om het risico te nemen. We rijden over de 574 noordwaarts en komen zodoende even verder op de 54. De weg is inderdaad niet goed en we moeten het (noodgedwongen) houden bij zo'n 20 km/u, tijdrovend maar we worden beloond met schitterende zichten op de oceaan, fjorden, hoge bergen, diepe dalen,… het landschap is prachtig. We lassen dan ook nu en dan een fotostop in. Op een gegeven moment krijgen we er zelfs plezier in als we zien hoeveel stof we laten opwaaien, maar anderen laten ook veel stof opwaaien... Ik neem enkele foto's terwijl we rijden langs de buitenspiegel en enkele kiekjes van andere wagens die voor ons rijden, 4x4WD's die ons voorbij rijden, of andere die ons kruisen (ja, we zijn hier echt niet alleen). Sommige momenten zie je omzeggens niets meer behalve stof. We zullen weer een volledig bestofte wagen hebben deze avond. Nu Wim is het al gewoon, iedere avond gaat hij het stof van de auto wrijven met een droge doek, zodat die opnieuw echt wat properder oogt. Nu op IJsland valt het niet op dat je met een bestofte auto rondrijdt, iedereen rijdt met een vuile wagen. Over Grundarfjordur, Kolgrafafjordur Alftafjordur en Hvammsfjordur rijden we richting Budardalur, de weg naar de westfjorden. Net voor Budardalur nemen wij de 56 naar de 61, die we een stukje zuidwaarts volgen om uiteindelijk op de 1 te geraken.

Gezien het schitterende weer nemen we ons voor om ter hoogte van Laugarbakki weg 72 naar Hvammstangi op Vatnsnes te nemen en vervolgens via de 711 het schiereiland te ronden i.p.v. rechtstreeks naar Blonduos te rijden. Rond 13u komen we aan in Hvammstangi, het enige dorp op het schiereiland, we gaan iets eten en nadien loop ik het toerismebureau even binnen en krijg er uitleg over de af te leggen route. Vatnsnes rondrijden zou 1u duren volgens de vriendelijke dame aan het loket… (houd hier geen rekening mee, maar tel ± x3). We lopen hier wat rond, het is momenteel 15°C maar met een sterke wind, de zon is nog steeds van de partij. We rijden verder noordwaarts en lassen hier en daar een fotostop in. Nabij Stapar lopen we tot aan de zee en zien zeehonden op de rotsen liggen zonnen. Hindisvik is het noordelijkste plaatsje op Vatnsnes, waar de grootste kolonie zeehonden te vinden is. Helaas, het is beschermd gebied en hier mogen we niet tot aan de zee lopen. We rijden door tot Hvitserkur waar we de spectaculaire 15m hoge basaltformatie, in de vorm van een draak, in zee zien liggen. Bij laag tij kun je er onderdoor lopen. Niettegenstaande de scherpe wind zien we beneden op het zwarte strand mensen lopen. We zetten onze weg verder langs de 717, een zeer slechte weg die over hellingen van 12, 14 & 18% loopt, naar Borgarvirki waar we basalt kolommen en rotsformaties bekijken. Hier is de wind zo hevig dat we praktisch de deur van de wagen niet open krijgen. We besluiten dan maar om niet tot boven lopen.

We rijden verder via de 716, een veel betere weg dan de vorige, naar de 1 om naar Blonduos te rijden. Dit is een vrij grote plaats die aan de monding van de Blanda, een gletsjerrivier, ligt. We stoppen even aan de futuristisch gebouwde kerk, we zagen er al meer op IJsland, maar deze is toch wel heel speciaal qua bouwstijl. Het is reeds 17u45, hier is veel minder wind en momenteel is het 18°C met een stralende zon. In Hunaver rijden we voorbij een heel mooi groen dal met een boerderij, een kerk en een soort ren voor schapen. Alles geschilderd in rood en wit. Heel mooi, hier stoppen we even voor een foto.

Een stukje voor Varmahild staat, aan een rustplaats op een heuveltje, een mooi monument met een gedenkplaat, een jongen die blijkbaar uitkijkt over de streek met een hond aan zijn voeten. We hebben nergens gevonden ter ere van wie of wat het werd geplaatst. We rijden door tot Vidimyri waar mooie turfhuisjes en een van de oudste turfkerkjes van het land staat, de Vidimyrarkirkja uit 1834. Het is een van de 6 turfkerken op IJsland. Het werd in 1934 gerestaureerd en is staatseigendom. Eigenlijk zijn we te laat want het is open tot 18u, maar we rijden toch tot daar en zien in de verte een bus staan… we hebben geluk. Het is 18u15, maar we mogen nog een kijkje nemen in de kerk van de vriendelijk toezichtster. Het kerkje is in heel goede staat en heel mooi, er staat zelfs een preekstoel en doopvont in.

We rijden door naar het Varmahild hotel waar we voor een nacht zullen verblijven. We melden ons aan, reserveren een plaats voor het diner en rijden door naar Glaumbaer ongeveer 8 km noordwaarts. Naast het kerkje ligt een 19e eeuwse turfboerderij met grasdak thans uitgebaat als museum. Hier vinden we ook het standbeeldje terug van Gudrid Thorbjarnardottir met haar in Amerika geboren zoon Snorri op de schouder staande in een boot, zoals we het ook zagen op Snaefellsnes, in haar geboortedorp Laugarbrekki. Na hun terugkeer uit Amerika leefden Thorfinn, Gudrid en Snorri hier op een boerderij. Er is eveneens een infokantoor en een koffiehuis met IJslandse specialiteiten. Helaas is alles reeds gesloten als we aankomen. Maar we zijn blij dat we site toch hebben bezocht. Nu is het echt wel tijd om naar het hotel terug te rijden en ons klaar te maken voor het diner. We hebben opnieuw een goed hotel en het restaurant is uitstekend (à la carte). Op de parking staat een wagen (ook een 2WD) met Belgische nummerplaat en met een sticker op van een garage 5 min van onze woning gelegen, dus dat zijn buren. Hmmm de wereld is klein inderdaad. 's Anderdaags zou Wim de Belgen ontmoeten en vernemen dat zij hun toer rond IJsland tegen de klok in maken, een woelige overtocht hadden en niet zo tevreden zijn over het reisbureau waar zij hun reis hebben geboekt. Nu, ter verduidelijking, wij zijn echt tevreden over onze reisorganisator, alles liep op wieltjes en was perfect in orde.

Dag 17

Zondag 12 juli 2009 – naar Narfastadir (streek van Myvatn) – 381 km

Bij het ontwaken laat de zon nog op zich wachten en hangt er mist in de bergen. Vandaag rijden we richting Myvatn waar we nabij Laugar 3 nachten zullen logeren. We vertrekken rond 9u30, het is 10°C. We rijden eerst nog tot Holar in het Hjaltadal, ± 38 km verder noordwaarts en een van de belangrijke historische plaatsen op IJsland. Hier zetelde vanaf 1106 de bisschop van IJsland gedurende 7 eeuwen. Sinds 1985 werd de bisschopszetel opnieuw naar hier overgebracht. De huidige kerk dateert van 1763 en is de oudste stenen kerk van het land. De toren staat een stuk verwijderd van het hoofdgebouw. De kerk en de toren zijn wit geschilderd en hebben een zwart dak, voor het lange gedeelte staat een stukje bouwwerk in rode baksteen. Nabij de kerk staan een drietal turfhuisjes met grasdak.

Over de 767 en de 76 keren we terug zuidwaarts naar de 1 richting Akureyri. De zon probeert meer en meer door de wolken te breken. We zien opnieuw de mooie bergen. De zichten zijn spectaculair. Het is inmiddels 11u20, 15°C en er staat een stralende zon.

Plots komen we in een kleine opstopping terecht. Wat nu, dat is niet normaal. Hier moet iets gebeurd zijn… In het voorbij rijden zien we de politie die een wagen takelt. Dat IJsland geen VAB of ANWB pechverhelping heeft wisten we, maar dat de politie hier die taken overneemt dat wisten we niet, tenzij het misschien de commissaris was die pech had?

Voor Akureyri nemen we weg 82 naar Dalvik. Hier vertrekt op weekdagen een boot naar Grimsey, 40 km ten noorden van het vasteland en op de poolcirkel gelegen. Vandaag ligt hij in de haven en heeft zijn rustdag, hij ziet er wel wat oud uit. Naar we kunnen lezen op een affiche duurt de overtocht (enkele reis) 3 uur, dus daar moet een ganse dag worden voor uitgetrokken, tijd die wij niet teveel hebben, spijtig. We lopen wat rond, helaas hier waait er een hevige wind en worden we “gezandstraald”. De zee is erg wild. We keren terug naar de wagen en rijden tot de vertrekplaats naar Hrisey, het eilandje net voor de kust van Dalvik en een waar vogelparadijs zoals we konden lezen. Helaas moeten wij verder.

We keren terug naar Akureyri, tweede grootste stad van IJsland, die moeten we zeker bezoeken. Het is een mooie stad, gelegen aan de langste fjord in IJsland, de Eyjafjordur. Er is een winkelstraat met gezellige cafés en eethuisjes, de Hafnarstraeti. Hiervan gaan we er eentje uit proberen. Niettegenstaande het zondag is zijn de meest winkels open. We lopen er dan ook enkele binnen. Naast de opvallende, in de hoogte gelegen, kerk kun je niet kijken. Ze heeft 2 massieve torens en mooie glas in lood ramen. Langs weerzijden van de 103 treden tellende trap loopt een strook beplant met blauwe en gele viooltjes, wat heel mooi oogt. In de haven ligt een mooi groot cruiseschip. Heel eigenaardig is dat je in Akureyri een parkeerschijf moet plaatsen. Voor buitenlandse bezoekers kunnen die worden afgehaald in tankstations of banken. Wanneer ik echter een tankstation binnenga en er eentje vraag hebben ze er geen meer en krijg ik in de plaats een stukje papier waarop het uur van aankomst moet worden vermeld… We hebben dan maar onze (Belgische) schrijf geplaatst. Hoe dan ook er stak geen “briefje” onder de ruitenwisser. Helaas wij moeten verder.

Langs de haven rijden we naar de Godafoss. Om een of andere reden missen we weg 83 naar de Laufas hoeve waar een regionaal museum gevestigd is in een typische turfboerderij. Gezien we er al enkele gezien hebben en er op dit moment politie achter ons rijdt, besluiten we om gewoon door te rijden en geen heksentoeren uit te halen om te kunnen draaien. We rijden rechtstreeks naar de Godafoss, een van de mooiste watervallen op IJsland ook al is die maar 12m hoog. Hij ligt aan de gletsjerrivier Skjalfandafljot. Doordat in het jaar 1000, Thorgeir Ljosvetningagodi, wethouder in het Althing in Thingvellir had beslist het Christendom algemeen op te leggen, gooide hij bij zijn thuiskomst al de beelden van het Paganisme die hij bezat in de waterval, vandaar dat deze ook de waterval der goden wordt genoemd Door deze beslissing zou een oorlog tussen aanhangers van Christus en Odin vermeden zijn. Woorden om de waterval te beschrijven schieten tekort. Hij is imposant. De kloof waardoor de rivier loopt heeft mooie rotsvormen en kleine watervalletjes. Op het brugje heeft men eveneens een fraai uitzicht over de rivier. Vlakbij is er een winkeltje en eethuisje waar we ook eens binnenlopen.

We rijden verder naar ons hotel in Narfastadir, het Narfastadir Guesthouse, 5 km ten zuiden van Laugar, waar we gaan inchecken en een plaats in het restaurant reserveren. Dan rijden we door naar Myvatn, onze eerste kennismaking met het meer en de pseudo-kraters die er alom liggen. Hofdi heeft bijzonder mooie lavaformaties. Door het meer loopt de 529m hoge Vindbelgjarfall. We rijden door en wandelen wat rond in het lavalabyrint van Myvatn, Dimmuborgir, een veld van rotsen en lavaformaties ontstaan door het opdrogen van een lavameer. We keren terug naar het hotel. Nu mogen we onze valiezen eens echt uitpakken, gezien we hier 3 nachten blijven. Naast het hotel staat een hotpotje, waarin we vrij laat nog mensen lustig zien genieten. Wijzelf blijven nog wat napraten in het restaurant over wat we gezien hebben en de uitstap voor morgen. Het verblijf valt opnieuw mee, we hebben een ruime kamer en badkamer en het restaurant, in buffetvorm is veel uitgebreider dan we op IJsland gewoon zijn.

Dag 18

Maandag 13 juli 2009 – rond Tjornes – 284 km

We hebben beslist om vandaag naar Husavik te rijden, vandaar verder het schiereiland Tjornes te ronden en terug te keren langs Dettifoss. Het wordt een zware dag want er zijn veel belangrijke bezienswaardigheden langs onze route. We vertrekken om 8u50, het is 7°C en bewolkt. We rijden langs de 1 naar de 845 en de 85 tot Husavik, gelegen aan de prachtige Skjalfandifjord. Tegen dat we er aankomen regent het lichtjes. Net voor we het stadje binnenrijden zien we een reeks oude houten visdroogrekken staan waarop vroeger de stokvis te drogen werd gehangen. We bezoeken eerst de, volgens de IJslanders, mooiste houten kerk van het land. Ze dateert van 1907 en is inderdaad mooi en groot. In de omgeving is ook een souvenirwinkeltje waar we even binnenlopen. Aan de overkant ligt de haven met bootjes in allerlei kleuren en bevindt zich het loket waar men tickets kan kopen voor een walvissafari. Dit moet inderdaad een enige gebeurtenis zijn bovendien ligt de boot, een authentieke vissersboot, vertrekkensklaar en is er nog plaats. Helaas het zicht is niet goed, er is veel mist, het regent en het is koud, maar vooral het duurt ergens 3u. We moeten snel beslissen. Indien we aan de safari deelnemen kunnen we echter niet meer rond Tjornes rijden en naar Dettifoss gaan. Even wikken en wegen en we opteren ervoor om toch onze tocht verder te zetten. Op onze vraag of er voor morgen beter weer wordt voorspeld, krijgen we een negatief antwoord. Ja, het zij zo. In Husavik is er ook een walvis museum, dit laten we dan ook maar voor bezien.

Wij rijden verder naar het noorden. In Tjornesta, het meest noordelijke punt van Tjornes, stoppen we even om een foto van de vuurtoren te maken en wat rond te kijken. Even verder komen we in Manarbakki. Hier bevindt zich een volksmuseum in een oud huisje en enkele oude houten turfhuisjes met grasdak, men kan hier zien hoe de mensen vroeger hebben geleefd. Men vindt er allerhande gerei van overal ter wereld. Er bevindt zich zelfs een Belgische kerkstoel zoals de conservator ons vertelt. Men zou denken dat er in de tufhuisjes nog mensen wonen, zo prachtig is alles in orde. Hier vernemen we ook dat enkele dagen geleden het historisch hotel in Thingvellir volledig afgebrand is.

We zetten onze toer verder langs de 85 richting Asbyrgi en nemen vervolgens weg 862 naar de Hljodaklettar, een derde rangsweg, het is dan ook een F-weg. We zijn intussen nu wel een en andere gewoon, maar toch… Een gegeven moment denken we eraan om terug te draaien, doch we houden vol. Na een hele tijd hobbelen (14 km) over de slechte weg, rijden we een fameuze helling af en kan onze wandeling in het Vesturdalur Nationaal Park, een labyrint van rotspunten en grillige basalt rotsformaties, beginnen. Wat we zien is spectaculair, enig en zeker de moeite waard. Wat de natuur al niet kan. Na de wandeling moeten we de 14 km terugrijden langs waar we gekomen zijn want 2WD's mogen en kunnen niet verder langs deze weg, gezien er verderop een rivier moet worden doorkruist om aan Dettifoss te geraken, dus enkel mogelijk voor 4x4WD.

We keren terug naar de 85, wat een luxe na de weg van daarnet en rijden naar Asbyrgi, een hoefvormige kloof met steile wanden waarvan sommige rotspunten ongeveer 100m hoog zijn. Deze spectaculaire canyon, de grootste in Europa, is waarschijnlijk ontstaan door twee enorme overstromingen van de Jokulsa à Fjollum gletsjerrivier. Een mooi plekje om wat rond te kuieren, tussen de berkenbomen en het meertje met vele eenden.

We zetten onze weg verder naar het zuiden richting Dettifoss, de 864, wat een weg…, (ik val in herhaling) vol wasbord, het is dus opnieuw langzaam aan. De eerste in de rij op onze weg is de 27m hoge Hafragilsfoss, gelegen tussen twee kraters. De waterval is niet zo groot, wel mooi, maar we staan vooral stom verbaasd over de mooie kleuren in de omgeving, we zijn blij het te hebben gezien. Van hieruit kun je naar de ± 2km verder gelegen Dettifoss wandelen. Wij nemen de wagen en rijden verder tot de parking.

Om aan de waterval te komen moet je eerst een reeks ongelijke en vrij hoge treden afdalen en nog een stukje verder doorlopen. Je hoort hem voor je hem ziet, tot plots de grootste en krachtigste waterval van Europa, Dettifoss opduikt. Met denderend geweld stort het water zich in een 44m diepe kloof en laat hierbij een mistige wolk na. Hij is indrukwekkend. Deze moet je gezien hebben als je IJsland bezoekt.

Zo'n 1,5 km verder stroomopwaarts ligt Selfoss, een reeks naast elkaar liggende kleinere watervallen. Deze zie je echter niet voor niets! Je vertrekt aan de linkerkant van Dettifoss. Denk niet dat je de weg niet vindt, want die is er niet. De af te leggen afstand loopt over ongelijke rotsen en rotsblokken. Om enigszins de richting aan te duiden werden tussen de rotsblokken houten paaltjes geslagen die bovenaan (over zo'n 10 cm) een geel kleurtje kregen om op te vallen. Regelmatig moet je een paaltje zoeken en vind je dit een heel eind naar boven of naar onder terug. Op een gegeven moment denken we eraan om op te geven, maar dat vinden we zo erg, misschien zijn we er bijna…dus we gaan door. Aan 3 toeristen die terugkeren vragen we of het nog ver is, waarop deze antwoorden, “ver, neen, nog een kwartiertje”. Na een tijdje zien we opnieuw mensen terugkeren. Ik stel opnieuw de vraag,… “neen, het is niet ver meer, ongeveer 20 min”… Hmm we sukkelen toch nog maar voort. Hopelijk breken we onze benen hier niet. Er lijkt geen einde te komen aan dit avontuur, stappen, klauteren,… we wisten niet echt waar we aan begonnen maar met vallen en opstaan lukt het, we geraken aan Selfoss. Het is reuze! Gelukkig hebben we doorgezet. We zijn er heel blij om. We nemen natuurlijk enkele foto's en moeten dan terugkeren. Er is echter slechts één mogelijkheid => de weg die we gekomen zijn over de rotsen. We beginnen er dus dapper aan. Voorbij Dettifoss kan de klim over de ongelijke, hoge trappen beginnen. We hebben echter veel meer tijd nodig gehad dan we hadden voorzien.

We rijden (?!) verder zuidwaarts over de 864 tot Grimsstadir waar we op de 1 kunnen komen. Was het eerste stuk van de 864 slecht, vanaf hier was het nog veel slechter! We zien vrij snel een verkeersbord staan “very bad gravel road ahead – 30km”… Ik denk dat het de eerste maal was dat er “very bad” bijstond (deze is echter niet aangegeven als F-weg!). Ja, we staan ervoor en we moeten erdoor, tijd om helemaal terug rond het schiereiland te rijden hebben we niet, trouwens het eerste stuk van de 864 is ook heel slecht, maar korter inderdaad. We rijden omzeggens in konvooi (wie zei er dat op IJsland geen verkeer is?), zelfs de meeste 4x4's blijven in het rijtje (dat zegt al wat), ook al zie je er soms eentje voorbij rijden. Voor ons rijdt een Duitser met een BMW, die regelmatig naar links wordt “geslingerd”. We rijden ergens 15 km per uur. Maar eindelijk geraken we op de 1. Ik heb opnieuw oog voor het landschap. We moeten echter vaart zetten naar het hotel als we ons avondeten niet willen missen en we hebben nog een heel stuk te rijden. Stoppen doen we niet meer, maar morgen komen we de streek rond Myvatn verkennen, dus geen probleem. Rond 19u50 komen we aan in het hotel. In het hotpotje zitten nog mensen te genieten, … het is momenteel 5°C en het voelt echt koud aan. We gaan ons snel opfrissen en kunnen nog gaan eten.

Dag 19

Dinsdag 14 juli 2009 – streek van Myvatn & het Krafla gebied – 187 km

Na het ontbijt vertrekken we richting Myvatn. Het is 9u45. Het regent lichtjes, het is zo mistig dat we geen bergen zien, en het is koud. Momenteel is het 4°C, hopelijk wordt het straks beter. We beslissen om in Stukustadir, aan de pseudo-kraters, op de terugrit te stoppen, gezien de mist het zicht belemmert. We verlaten de 1 om de 848 aan de westkant van Myvatn, een goede weg waarschijnlijk net aangelegd, op te rijden. We rijden tot aan het observatiecenter in Ytri Neslond en observeren een tijdje de eenden met hun kleintjes en de zwanen op het meer. We rijden verder naar de 1 en stoppen in Reykjahlid, het enige dorp rond Myvatn, waar we even stoppen aan het kerkje en het winkeltje waar kleding wordt verkocht. We gaan er ook een kijkje nemen. Even verder stoppen we aan Grotagja cave, een ondergrondse heetwaterbron.

De Hringvegur (de 1) loopt over de 410m hoge Namaskard pas tussen de Dalfjall en de Namafjall, bergen met prachtige kleuren. We rijden de pas over en gaan naar het Myvatn naturebath, dit is zowat het Blue Lagoon van het noorden, er is ook een cafetaria. We lopen er binnen, het is hier lekker warm, en genieten van een taartje met een tas goede hete koffie terwijl we een tijdje de drukte in het bad gadeslaan. Druk kun je het niet noemen, maar er is volk aan het baden. Het is buiten momenteel 5°C en voelt serieus koud aan.

We rijden verder naar Hverir, vlakbij de Namaskard bergpas gelegen, het is een van de grootste solfatarenvelden op IJsland. Alom ziet men stoom opstijgen, pruttelende modderpotten en fumarolen van allerlei afmetingen en niettegenstaande we er reeds verschillende zagen, is het opnieuw zeer indrukwekkend. Bovendien zijn de kleuren hier schitterend. Spijtig het regent lichtjes en het is koud.

We rijden verder naar het Krafla gebied, een vulkanisch gebied met lava en kraters dat rond 1970-80 nog actief was. Ook hier komt overal stoom uit de grond en ruikt het geweldig. We stoppen bij het Krafla Power Station, een door stoom aangedreven elektriciteitscentrale. Door geothermische energie die door bovengrondse pijpleidingen, over de mooi gekleurde bergen wordt gestuwd, probeert men elektriciteit te winnen. Door de grillen van de natuur, wordt het project echter bemoeilijkt (aardbevingen, lava,…).

We rijden verder tot de Viti, wat “hel” betekent (niet verwarren met de Viti aan de Askja), een mooie explosiekrater, gevuld met blauwgroen water. De omtrek van de krater is ongeveer 300m en werd gevormd door een enorme explosie in 1724, de eerste in een reeks, bekend als de Myvatnseldar (vuren van Myvatn). Deze activiteiten duurden ongeveer vijf jaar en worden aanzien als de langste uitbarsting ooit op IJsland. De bodem van de krater heeft nog tot 100 jaar na de explosie gekookt. Men kan rond de rand van de krater lopen. Helaas, door het koude weer en de regen is het (voor ons) praktisch onmogelijk.

We rijden een stukje terug en stoppen aan de parking van Leirhnjukur, een prachtig gekleurd veld met modderpotten, solfataren en lavarotsen met zwavelafzetting, dat in 1984 door een uitbarsting van de Leirhnukur vulkaan door lava werd overspoeld. Momenteel regent het nog lichtjes. We wandelen langs het met mos bedekte lavaveld. Behalve drie schapen die ons nakijken zijn we momenteel alleen in de omgeving, niet voor lang echter. De kleuren van de lava en de eromheen liggende bergen zijn fantastisch. We lopen door alle goede raadgevingen indachtig dat het gevaarlijk gebied is en ten strengste verboden om naast de paden te lopen omdat de aardkorst er zo dun is dat je er gemakkelijk doorheen kan vallen en je ernstig verbranden. We houden ons op de houten vlonders en vervolgen zo onze wandeling.

We keren terug naar de 1 en rijden een stukje oostwaarts (richting Egilsstadir) tot waar de F88 naar Herdubreid en de Askja vertrekt. Een weg voor 4x4WD dus niet voor ons. De weg ligt er inderdaad in erbarmelijke toestand bij, hoe dan ook het is verboden voor 2WD, we kunnen bijgevolg niets proberen, we draaien terug richting Myvatn. Het is 14u20, momenteel regent het fel en is het 4°C, onze slechtste dag van gans de reis, we beslissen om dan maar om naar het Sigurgeir Stefánsson bird museum in Ytri-Neslond te rijden, waar we ons laten vergasten op een lekkere wafel en een hete kop koffie. Nadien bezoeken we het museum, met een mooie verzameling opgezette vogels, eieren en in het lokaaltje tegenover het museum staat een oude vissersboot. Het is inmiddels 16u en 6°C. We rijden nogmaals rond het Myvatn meer en stoppen in Skutustadir waar we even het kerkje binnenlopen. Er tegenover ligt een mooi cluster van kleurrijke mooi gevormde pseudo-kraters. We drentelen er wat rond en besluiten om naar het hotel te rijden en onze bagage in te pakken. Morgen zetten we koers naar het oosten, waar we in Egilsstadir worden verwacht en eigenlijk de laatste dag dat we nog kunnen genieten van dit mooie land met al zijn grillen, doch dat meer dan de moeite van een bezoek waard is. Na het pakken frissen we ons op en maken ons klaar voor het diner tegen 19u. We genieten nog van onze laatste avond in Narfastadir, in deze mooie interessante streek rond Myvatn. Niettegenstaande dit het muggenmeer wordt genoemd, hebben wij er geen last van gehad, gelukkig maar, tenzij het was omdat het weer te slecht was. Nochtans lazen we in verschillende boeken over IJsland dat het weer in noorden in de zomer beter is dan in het zuiden. Dit hebben wij niet mogen ervaren. Hoe dan ook het was een fantastische reis en behalve de laatste dag hier mogen we absoluut niet klagen.

Dag 20

Woensdag 15 juli 2009 – naar Egilsstadir – 297 km

Na het ontbijt verlaten we het hotel. Het is 8u45 en 6°C. Het ziet er grijs uit maar het regent momenteel niet. Gezien het droog weer is maken we van de gelegenheid gebruik om te stoppen in Skutustadir om naar de pseudo-kraters te lopen. Deze zijn zo'n 2000 jaar geleden gevormd. Sommige werden echter gedeeltelijk afgegraven. We gaan tot boven een kijkje nemen. Van hieruit hebben we een prachtig zicht op de omgeving en het meer. Hier kun je een hele toer maken, helaas die tijd hebben we niet meer.

We lopen terug naar de wagen en zetten onze weg verder. Plots begint het opnieuw te regenen. Het zit ons blijkbaar niet mee de twee laatste dagen. We rijden verder op de 1 tot de afslag naar Modrudalur, weg 901, en over de kale woestijnachtige Jokulsdalsheidi hoogvlakte van het binnenland. Spijtig er hangen zoveel wolken dat je op verschillende plaatsen de bergen niet meer ziet. We moeten dus niet uitkijken of we in de verte de Herdubreid of de Askja kunnen zien liggen. Bovendien komt er ook nog een zware mist opzetten, zodat het zicht op sommige plaatsen zeer miniem is. Je ziet nog amper de schapen naast je op de weg voorbij lopen.

In Modrudalur stoppen we aan de hoogstgelegen boerderij van IJsland, thans uitgebaat als drankgelegenheid, waar tegenover (weer) een klein kerkje staat. We lopen er even in en gaan aan de overkant een kop koffie drinken. Dan rijden we verder door de onherbergzame hooggelegen onbewoonde Jokulsdalsheidi. Hier zijn we echt alleen op de wereld, er is zelfs geen GSM bereik meer. We moeten zo'n 24 km afleggen over deze slechte weg in zware mist door de bergen, naast een ravijn… gelukkig zie ik de diepte niet meer, we zien zelfs geen schaapjes of vogels meer.

We nemen de afslag naar Saenautasel aan het Saenautavatn, weg 907. De Saenautasel turfboederij met grasdak werd gebouwd in 1843. In 1875 werd ze door een uitbarsting van de Askja verwoest, heropgebouwd in 1992 en uitgebaat als museum. Hier kan men zien hoe de IJslanders gewoond hebben voor er elektriciteit en stromend water was. Men kan er ook lekkere wafels eten en een kopje koffie drinken. Het is er gezellig warm en we worden er vriendelijk ontvangen door een IJslander die weinig Engels spreekt. Hij begrijpt dat we een wafel willen eten en koffie drinken. Onmiddellijk wordt ons een thermos gebracht met koffie en mogen we ons bedienen. Even later volgt er een bord met 4 ronde wafeltjes op. De suiker staat op de tafels. We bedienen ons en laten het ons smaken. Het is heerlijk. Ons bord is amper leeg of het wordt weggehaald en even later komt de man terug met het bord, opnieuw gevuld met 4 wafeltjes. Gezien we ze lekker vonden dachten we ja, dan eten we ze maar op. Ze waren pas op of de man vroeg of wij nog een portie wilden. Neen, dank u, maar nu hebben we echt genoeg. Het heeft ons gesmaakt, het was lekker. We betalen de vriendelijke man 2000 Isk, even handjes schudden en we vertrekken. Door het woeste verlaten landschap trekken we verder naar de 901. Ondertussen is de mist verdwenen, regent het niet meer en is het klaar weer. Momenteel is het 9°C. We zien opnieuw goed de mooie IJslandse bergen waar we zo dol op zijn.

Rond 15u komen we aan in Egilsstadir waar we in Hotel Edda worden verwacht. Na onze aankomst te hebben gemeld, een tafel voor het diner te hebben gereserveerd en onze kamer toegewezen gekregen vertrekken we om Egilsstadir wat te verkennen, maar eerst willen we tot Seydisfjordur rijden om te zien hoe lang we erover doen ten einde tijdig aan de haven te zijn voor inscheping morgen. De ferry vertrek om 12u, maar passagiers met wagen moeten ook hier minstens 3u vooraf inchecken, wat wil zeggen dat we er voor 9u moeten zijn. Wel vroeg gezien je nog moet kunnen ontbijten (later hebben we gezien dat er een wagen aankwam net toen men de poort van de haven ging sluiten en die mocht ook nog mee).

Seydisfjordur ligt ongeveer 30 km van Egilsstadir, over de Fjarðarheiði pas, zoals reeds gezegd. De weg is goed maar loopt over duizelingwekkende hoogte (wat in deze richting veel meer opvalt dan bij de reis in tegenovergestelde richting) langs mooie bergen (nog steeds) met hier en daar sneeuw. We rijden tot aan de haven en zien reeds enkele mobilhomes mooi in het rijtje staan… die zijn op tijd. Hoe dan ook wij weten dat we de weg kunnen afleggen in ongeveer 30 minuten.

We rijden nog een stukje door langs de fjord en keren dan terug naar Egilsstadir, waar we wat rondtoeren in de stad. Dan gaan we ons opfrissen voor het diner tegen 19u. De accommodatie is perfect en het restaurant zeer goed, we kunnen opnieuw “à la carte” bestellen. Als we het restaurant binnenkomen zien we een groep Belgen zitten die een groepsrondreis maken, maar met het vliegtuig gekomen zijn zoals we vernemen. We genieten van ons laatste avondmaal op IJsland voor deze reis. Vanuit onze kamer hebben we een mooi zicht op het Lögurinn meer. Volgens de legende zou er, net als in Loch Ness in Schotland, een soort Nessy haar verblijf hebben. Ik meen ergens gelezen te hebben in de vorm van een slag. Hoe dan ook ze werd hier evenmin ooit gezien…

Dag 21

Donderdag 16 juli 2009 – op zee – 30 km

Vandaag begint onze lange 48 uur durende zeereis van Seydisfjordur naar Hanstholm in Denemarken. De ferry legt aan in Torshavn op de Faerøer morgen, 17 juli, om 4u30 en vertrekt terug om 7u30. Normaal gezien (hopelijk) merken we daar niets van gezien het midden in de nacht is. Dan zouden we moeten aankomen in Hanstholm op 18/07 om 14u en zetten we onze klokken opnieuw een uur vooruit. Hopelijk hebben we een kalme overvaart zoals bij de heenreis.

Na het ontbijt vertrekken we uit Egilsstadir naar Seydisfjordur. We stoppen nog even aan de mooie waterval op de Fjordara rivier en genieten van de mooie bergen. We komen aan rond 8u. We zetten ons in een van de rijen wachtende wagens die er als staan. Rond 8u30 begint de check in en mogen we in het ons aangewezen rijtje gaan staan naargelang de bestemming (er ontschepen ook mensen op de Faerøer). Na ongeveer een halfuur zien we de ferry binnenvaren. De ontscheping kan beginnen. We wachten geduldig af tot ons wordt gezegd dat de passagiers langs de terminal naar het schip moeten. Deze keer hebben we onze kajuit op dek 6. We moeten nog wachten tot alle cabines opgekuist zijn vooraleer we er onze intrek kunnen nemen. Inmiddels is Wim ook aangekomen. Aan onze kajuit staan nog een 4-tal deuren open en de man die onze kajuit opkuist verzoekt ons om buiten te wachten. Ok geen probleem. We zetten onze bagage in de kajuit en vragen om de deur te sluiten als hij klaar is. Bij onze terugkeer zou echter blijken dat we even te snel waren geweest en niet goed hadden gekeken. Gezien de deur opstond (dus geen probleem met de toegangskaart) hadden we onze bagage in een verkeerde cabine neergezet, 6213 i.p.v. 6013…, het doet wel raar niets meer in je kajuit aan te treffen. Het probleem werd aan de receptie snel opgelost. We kregen kajuit 6213, waar onze bagage reeds stond en vonden er inderdaad ons hebben en houden terug (oef, dat was toch even schrikken). Wij denken dat er iemand ging klagen dat zij een kajuit aangewezen kregen waarin reeds bagage stond, want toen wij aan onze kajuit kwamen passeerde ons een heer die begon te lachten als hij ons zag aankomen …

Wij gaan aan dek waar we nog wat genieten van de mooie omgeving rondom ons. Wat een drukte beneden, auto's vrachtwagens, vooral de opleggers, de trekkers blijven doorgaans aan land en bussen, rijden het schip in. We blijven de drukte een hele tijd observeren. Op een gegeven moment sluit een van de security werknemers van de haven de poort, bijna gesloten komt er nog een personenwagen aangereden. Zonder dralen opent hij opnieuw de poort en mogen de laatkomers nog de mond van het schip inrijden. Nu gaat de poort onherroepelijk dicht en begint het schip de poort te lichten. Heel zacht gaat die naar boven tot ze uiteindelijk dichtklapt en we een kleine opening tussen wal en schip zien. We zetten aan en de opening wordt groter. We blijven kijken en foto's nemen. De afstand tussen de wal en het schip wordt groter en groter. We zijn vertrokken, een mooi spoor van opgeworpen golven achterlatend. Het avontuur is voorbij. IJsland ligt achter ons. Wat gaat de tijd snel. We hebben toch nog de mooie zeereis voor de boeg en daar genieten we ook altijd van. We zetten onze uurwerken een uur verder (ship time) en lopen wat rond op de ferry, die we inmiddels heel goed kennen en consulteren regelmatig het koersbord.

Dan gaan we naar onze kajuit om onze koffer uit te pakken, tenslotte verblijven we hier twee dagen. Daarna breken we ons hoofd een tijdje over onze sudoku en gaan nadien opnieuw wat wandelen op het dek. Tot onze grote verwondering zien we even twee mooie grote honden aan de leiband op het dek lopen… zeer eigenaardig als je weet dat je met een hond IJsland niet binnenmag. Wij veronderstellen dat het drugshonden zijn, die hun ronde doen op de ferry (spijtig, vergeten te vragen). Hoe dan ook, het zijn brave opgeleide honden die mooi naast hun baasje lopen.

Tegen 18u maken we ons klaar voor het avondeten. We gaan naar het buffet, waar een ruime keuze van allerlei lekkers te vinden is. Dan gaan we opnieuw naar het bovendek een beetje “uitwaaien”. Nadien gaan we naar onze kajuit, praten nog wat na over onze vakantie en staren nog een tijdje naar de zee. Er is wat meer beweging in het water, maar het is absoluut geen probleem, wij noemen de zee nog steeds zeer kalm. Nadien leggen we ons te ruste en worden gewekt rond 7u30 wanneer de ferry opnieuw vertrekt en onze kapitein langs de microfoons de pas ingescheepte reizigers welkom aan boord heet. We blijven nog een tijdje rustig liggen. Rond 8u staan we op en begint onze nieuwe dag aan boord van de Norrona.

Dag 22

Vrijdag 17 juli 2009 – op zee

We douchen en maken ons klaar voor het ontbijt. De zee is kalm maar, volgens onze Kapitein, zou ze tegen de avond woeliger worden. Er hangt een dichte mist, je kunt de zee praktisch niet zien. Gelukkig (of spijtig?) vaart het schip op radar, anders konden we misschien een uitstapje maken op Amerika… Na onze wandeling breken we ons hoofd nog wat over onze sudoku, snuffelen nog wat in onze brochures en gaan nadien iets eten. Rond 15u schijnt de zon maar er staat een sterke wind, het dek loopt letterlijk vol. We varen voorbij de Shetland Islands. Het zicht is goed zodat we het land heel goed zien, o.a. de vuurtoren die zich op het meest noordelijke gedeelte van de eilandengroep bevindt. We wandelen nog wat rond, gaan een kijkje nemen op dek 1 waar zich een fitness ruimte bevindt, lopen de free shop nog eens binnen en installeren ons wat in de Viking Club. Nadien gaan we ons opnieuw opfrissen voor het avondmaal. Ik weet niet of het is omdat het de laatste avond van de reis is, maar het buffet zit letterlijk vol, zodat er mensen moeten wachten om een plaatsje te bemachtigen. Nadien wandelen we nog wat op het bovendek en het dek er onder waar men minder wind vangt. Opnieuw is er een dag voorbij. De tijd gaat zo snel, je kan je echt niet vervelen, daar heb je geen tijd voor. Dan genieten we nog wat verder bij een goed glaasje wijn en laten onze herinneringen de revue passeren.

Eigenlijk denken we dat we, niettegenstaande de twee laatste dagen, geluk gehad hebben met het weer. IJsland is een prachtig land, we zullen nog lang kunnen napraten en genieten van onze avonturen. Ik zal ook veel werk hebben met het scrappen van de foto's, ook al zal ik niet alles laten ontwikkelen, dit zou veel te veel zijn. Het moet klaar zijn tegen de vakantie van volgend jaar…

Bovendien is IJsland té mooi om waarheidsgetrouw te kunnen vastleggen op beeldmateriaal. Je moet het zelf zien, ervaren en oordelen! Eigenlijk is het gevaarlijk om naar IJsland te reizen…, men wil er graag terugkeren, je laat er een stukje van je ziel achter.

Dag 23

Zaterdag 18 juli 2009 – aankomst Hanstholm tot Jevenstedt (nabij Rendsburg) – 454 km

Na het ontbijt lopen we nog wat rond op het schip en gaan aan dek. We zitten zeer goed op schema, zoals we op het koersbord kunnen zien. De zee is kalm, we hebben een perfecte overtocht. Aan de receptie op de ferry vraag ik wat informatie over de afgelegde route en krijg een mooi overzicht waarop we de af te leggen afstanden zien:

Hanstholm – Torshavn => 1.037 km

Torshavn – Seydisfjordur => 530 km

Seydisfjordur – Hanstholm => 1.567 km

We komen aan in Hanstholm om 13u30, helaas is het 14u45 (plaatselijke tijd) eer wij kunnen ontschepen, we zijn bij de laatste. Dan vertrekken we “volle gas” naar Jevenstedt in Noord Duitsland, waar we hebben geboekt in het Historisches Landhaus Spannan. We hebben dus nog een heel traject voor de boeg, ergens 450 km. We verliezen heel wat tijd door hevige regenvlagen en de vele wegenwerken op de Duitse autosnelweg. Om 19u45 komen we eindelijk aan bij het hotel, waar we worden verwacht. We hebben een goede keuze gedaan. De kamer en badkamer zijn zeer ruim en het diner “à la carte” is erg lekker. Na nog wat te hebben genoten gaan we naar onze kamer, want morgen rijden we naar huis.

Dag 24

Zondag 19 juli 2009 – Huizingen – 728 km

Na het ontbijt vertrekken we richting België deze keer. Het is 9u, (momenteel) klaar weer en 15°C. Zoals hierboven vermeld, zijn er op vele plaatsen wegenwerken gaande op de Duitse autosnelweg, zodat het verkeer hier en daar wat in een knoop draait, maar over het algemeen lukt het wel. Erger zijn de hevige regenbuien die we regelmatig over ons krijgen zodat we soms praktisch niets meer zien en zeer langzaam verder moeten. Dat levert ons wel weer vertraging op. Hoe dan ook we geraken er veilig door. We hebben gelukt gehad want, zoals we 's anderendaags ‘s morgens horen op de radio is er in Midden Duitsland een serieuze kettingbotsing geweest, met zware gekwetsten. Wij moeten er net voor de chaos zijn doorgeraakt. Rond 17u zijn we veilig thuisgekomen. Het einde van onze prachtige reis waarvan we nog lang zullen nagenieten.

Willem & Christiane Mosselmans-De Coster

Totaal aantal afgelegde km : 6.712

 Veilig reizen? Safetravel.is  Zelf naar IJsland? ijslandspecialist.nl  Per boot? veerbootijsland.nl  Of naar Canada? Canadareizen.eu  Links  Contact